Rechtbank Noord-Nederland, 31-07-2018 / 18/930116-15


ECLIECLI:NL:RBNNE:2018:3046
Datum31-07-2018
InhoudsindicatieOntnemingsbeslissing. De rechtbank is van oordeel dat er voldoende aanwijzingen zijn dat de medeveroordeelde gedurende ongeveer acht jaar hennep heeft geteeld in de kelder onder de woning van veroordeelde en de koelruimte en silo van het kassencomplex achter die woning. De rechtbank acht niet aannemelijk dat veroordeelde samen met de medeveroordeelde de beschikking heeft gehad over de gehele opbrengst van het telen en verkopen van de hennep door de medeveroordeelde. De rechtbank acht wel aannemelijk dat veroordeelde heeft geprofiteerd van de opbrengsten van deze hennepteelt. Zij heeft gedurende een periode van meerdere jaren regelmatig contante geldbedragen van de medeveroordeelde gekregen, terwijl zij op dat moment ten minste bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat deze van misdrijf afkomstig waren. Daarom zijn er naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanwijzingen dat veroordeelde zich schuldig heeft gemaakt aan opzetheling en witwassen. De rechtbank heeft het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op het bedrag van 320.777,22 dat in de relevante periode in totaal contant is gestort op de bank- en hypotheekrekeningen van veroordeelde.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★