Rechtbank Noord-Nederland, 19-03-2019 / AWB - 18 _ 3461, 18 _ 3093


ECLIECLI:NL:RBNNE:2019:1199
Datum19-03-2019
InhoudsindicatieIn geschil is onder andere de vraag of de hoorplicht is geschonden, bij zowel de afwijking van de aangifte als het doen van de uitspraak op bezwaar. Om reden van proces-economie behandelt de rechtbank eerst deze beroepsgrond. Verweerder heeft bij de afwijking van de ingediende aangifte niet vooraf contact gezocht met eiser en heeft bij het bezwaar afgezien van het horen van eiser en het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard omdat er al meerdere procedures over hetzelfde onderwerp zouden zijn gevoerd en er van een gelijke situatie sprake zou zijn. De rechtbank stelt vast dat de eerdere procedures een andere inhoud kende en dat een zaak die wel handelde over dezelfde inhoud - het al dan niet aanwezig zijn van een bron van inkomen - op het moment van de uitspraak op bezwaar nog op een uitspraak van de rechtbank wachtte. Nu dit geschil nog onder de rechter was, kan niet worden gesteld dat het bezwaar van eiser - zonder dat deze op de hoogte is gebracht van de aard van de correctie - kennelijk ongegrond is. Het voorgaande - in onderlinge samenhang bezien - leidt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden en volgt terugwijzing.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2017:5155 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CBB:2013:BZ9960 ★★