Rechtbank Noord-Nederland, 23-04-2019 / LEE 18/2451


ECLIECLI:NL:RBNNE:2019:3761
Datum23-04-2019
InhoudsindicatieToewijzing verzoek op grond van artikel 35 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het bestreden besluit terecht en op goede gronden heeft beslist dat de AVG van toepassing is. Voorts stelt de rechtbank vast dat eiser bezwaar en beroep heeft ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een exploitatievergunning door de burgemeester van Groningen. De informatie die de burgemeester en verweerder hebben gewisseld vormt in die procedure een fundamenteel aspect. Gelet op hetgeen is verklaard tijdens de voorlopige voorzieningenprocedure acht de rechtbank het aannemelijk dat de persoonsgegevens zijn opgevraagd voor het voeren van verweer in deze procedure. Daarbij ziet de rechtbank in het feit dat eiser zijn verzoek op grond van de Wbp gelijkluidend is aan het verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) dat eiser een integrale verstrekking van stukken beoogt van alle informatie die is uitgewisseld tussen de burgemeester en verweerder. Naar het oordeel van de rechtbank bepaalt artikel 8:42, eerste lid, van de Awb dat het bestuursorgaan de op de zaak betrekking hebbende stukken inzendt. Voor inzicht in de stukken die ten grondslag liggen aan de beoordeling om geen exploitatievergunning te verstrekken, kan eiser hier een beroep op doen. Daarbij stelt de rechtbank vast dat in het kader van de AVG hooguit aanspraak bestaat op inzage van de hem betreffende feitelijke persoonsgegevens die de Belastingdienst verwerkt. Voor zover moet worden geconstateerd dat het eiser uiteindelijk niet gaat om de juistheid van hem betreffende feitelijke persoonsgegevens die op die informatiedragers voorkomen, maar het eiser te doen is om informatie te verkrijgen die hij wil gebruiken in een eventueel andere procedure is de rechtbank van oordeel dat daarmee sprake is van misbruik van het recht. De rechtbank ziet hierin een vergelijkbare situatie als aan de orde in de uitspraak van de Afdeling van 6 februari 2019. Hoewel de Afdeling in de uitspraak van 23 januari 2019 heeft geoordeeld dat de Wob en de Wbp (thans AVG) verschillende materie betreffen die maakt dat het oordeel dat er misbruik van recht is gemaakt ter zake van de Wob niet zonder meer betekent dat ook van misbruik van de Wbp/AVG sprake zou zijn, is hier naar het oordeel van de rechtbank gelet op de geschetste omstandigheden echter voldoende reden om ook misbruik van het recht aan te nemen onder de AVG. Daarbij is ter zitting gebleken dat inmiddels alle stukken waaronder een controlerapport reeds in het bezit zijn van eiser. De rechtbank is niet gebleken dat er nog andere persoonsgegevens zijn verwerkt door verweerder. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Recht.nl artikelMisbruik van het recht op inzage uit de AVG (06-09-2019)
Het recht op inzage is bedoeld om ervoor te zorgen dat iemand kan nagaan of er persoonsgegevens van hem/haar worden verwerkt en of dat op een correcte manier gebeurt. Als het inzagerecht voor een ander doel wordt gebruikt, kan er sprake zijn van misbruik van recht. De rechter heeft onder de Wet bescherming persoonsgegevens al enkele malen geoordeeld dat aan een inzageverzoek bij misbruik van recht niet hoeft te worden voldaan. Het onderhavige vonnis zet deze lijn onder de AVG voort.
> Misbruik van het recht op inzage uit de AVG (Banning.nl)
> Reikwijdte van het inzagerecht (Sanne Knopper, Edmon Oude Elferink, Kimberly Friesen, CMS.law)
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2014:4129 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2014:4135 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2019:181 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2018:3460 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2019:347 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2018:3873