Rechtbank Oost-Brabant, 12-02-2013 / 01-810049-07


ECLIECLI:NL:RBOBR:2013:BZ1174
Datum12-02-2013
InhoudsindicatieVerdachte heeft in 2005 in Marokko een geboorteakte laten opmaken. Daarin staat vermeld dat zij de moeder en haar echtgenoot de vader is van een meisje. Verdachte zou in een ziekenhuis in Marokko van het kind zijn bevallen. Vervolgens heeft verdachte op basis van de geboorte-akte bij de Nederlandse ambassade in Marokko een paspoort aangevraagd voor het kind en heeft ze met haar echtgenoot het kind laten inschrijven bij de Afdeling Burgerzaken in Eindhoven. In 2007 blijkt uit DNA-onderzoek dat zij en haar echtgenoot niet de biologische ouders kunnen zijn van het kind. Onder meer op basis van de ziekenhuisregisters en de verklaringen van Marokkaanse verpleegkundigen en artsen acht de rechtbank bewezen dat verdachte opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een valse geboorteakte. Het meisje is geboren in maart 2005. Verdachte is aangehouden en enkele dagen in verzekering gesteld in oktober 2007. In augustus 2008 is het opsporingsonderzoek hervat. Het eind proces-verbaal is gesloten in april 2010. Daarna heeft de zaak stilgelegen totdat verdachte in oktober 2012 is gedagvaard. De rechtbank acht de redelijke termijn met meer dan 2 jaar overschreden. Dat is des te schrijnender, omdat de strafzaak mogelijk verbonden is met het lot van een jong kind. Vanwege de termijnoverschrijding is forse strafvermindering aangewezen. In dit geval zou daarom een voorwaardelijke werkstraf van 100 uur passend zijn. Gezien de zorgelijke medische toestand van verdachte legt de rechtbank echter in het geheel geen straf of maatregel op (rechterlijk pardon).
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★