Rechtbank Oost-Brabant, 22-12-2017 / 17_ 1415


ECLIECLI:NL:RBOBR:2017:6663
Datum22-12-2017
InhoudsindicatieIntrekking en terugvordering van bijstand en oplegging van een boete. Aan het bestreden besluit ten aanzien van de intrekking en terugvordering kleeft een motiveringsgebrek, maar omdat verweerder alsnog gemotiveerd heeft toegelicht dat de aard, ernst, frequentie en hoeveelheid van de door eiser gepleegde strafbare feiten zodanig zijn dat eiser daaruit inkomsten moet hebben verworven die hij bij zijn aanvraag had moeten melden en de rechtbank dit gemotiveerde standpunt kan volgen heeft de rechtbank de rechtsgevolgen in stand gelaten. Ten aanzien van de boete is het bestreden besluit vernietigd voor zover het de hoogte betreft. Verweerder had de hoogte van de boete bij wijzigingsbesluit voorafgaand aan het bestreden besluit al verlaagd en ter zitting heeft verweerder zijn standpunt dat sprake is van opzet laten vallen en aangegeven dat sprake is van gewone verwijtbaarheid. Omdat eiser dit niet heeft betwist heeft de rechtbank op grond hiervan met toepassing van artikel 8:72a van de Awb zelf een boete opgelegd.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2011:BP5715 ★★★★★