Rechtbank Oost-Brabant, 09-01-2019 / 18_1142


ECLIECLI:NL:RBOBR:2019:103
Datum09-01-2019
InhoudsindicatieDe waarde van de onroerende zaak (waarin een groothandel is gevestigd) heeft verweerder met behulp van de DCF-methode bepaald. Bij het contant maken van de verwachte toekomstige inkomsten uit de exploitatie van de onroerende zaak is uitgegaan van een theoretische huuropbrengst afgeleid van huurprijzen van vergelijkingsobjecten. Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt of en zo ja op welke wijze met de verschillen tussen de onroerende zaak en de vergelijkingsobjecten rekening is gehouden. Daarbij heeft een dubbeltelling plaatsgevonden door uit te gaan van een huurwaarde van het parkeerterrein. Verweerder heeft de waarde niet aannemelijk gemaakt. Beroep gegrond.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA8610 ★★★★★