Rechtbank Overijssel, 31-05-2016 / 5055766 CV EXPL 16-4150


ECLIECLI:NL:RBOVE:2016:2003
Datum31-05-2016
InhoudsindicatieWerkgever valideert en beoordeelt taxatierapporten. Werkneemster is daar vanaf 2013 in dienst, telkens (3x) op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van 1 jaar. In de laatste arbeidsovereenkomst, aangegaan na 1 januari 2015, is, gelijk de vorige twee arbeidsovereenkomsten, een relatie- en concurrentiebeding opgenomen. Bij een arbeidsovereenkomst aangegaan na 1 januari 2015 en voor bepaalde tijd heeft de wetgever bepaald dat een concurrentie c.q. relatiebeding alleen toegestaan is indien in dat beding tevens de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen van de werkgever zijn opgenomen. Zulks is hier niet het geval, derhalve aannemelijk dat beide bedingen in een bodemprocedure vernietigd zullen worden. Het relatiebeding van de tweede arbeidsovereenkomst kent een looptijd van 2 jaar en eindigt op 30 april 2017. Op die arbeidsovereenkomst was de WWZ nog niet van toepassing, dus rechtsgeldig overeengekomen. De vraag is echter of met het in dienst treden van werkneemster bij een makelaarskantoor het nog lopende relatiebeding van de tweede arbeidsovereenkomst is geschonden. Een zuivere taalkundig uitleg van de term relatie is volgens vaste jurisprudentie niet beslissend. De kantonrechter concludeert dat het makelaarskantoor wel een relatie is maar dat het relatiebeding volgens het Haviltex-criterium uitgelegd moet worden. De kantonrechter schorst vervolgens het relatiebeding voor wat betreft het in dienst treden van werkneemster bij het makelaarskantoor.
Recht.nl artikelConcurrentiebeding in arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd: toetsingskader (16-10-2019)
Sinds de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid is het uitgangspunt dat een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet geldig is. Een uitzondering op de hoofdregel is enkel mogelijk indien de werkgever aantoont dat het concurrentiebeding noodzakelijk is vanwege 'zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen'. De ratio achter deze beperking is dat werknemers met een tijdelijk contract 'dubbel nadeel' ondervinden van het concurrentiebeding: enerzijds hebben zij een in duur beperkt contract en anderzijds worden zij belemmerd bij hun overstap naar een nieuwe baan.
Tegen deze achtergrond worden door rechters hoge eisen gesteld aan de motivering van de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Uit de jurisprudentie blijkt dat werkgevers hierbij vaak aan het kortste eind trekken. Dit artikel richt zich op de toetsingscriteria die worden toegepast door (lagere) rechters.
> Concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd: het toetsingskader en de praktijk (Fleur Folmer, AKD.nl | ArbeidsRecht 2019/41)
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1981:AG4158 ★★★★★