Rechtbank Rotterdam, 19-01-2010 / 10/710086-09 eindvonnis


ECLIECLI:NL:RBROT:2010:BL1962
Datum19-01-2010
InhoudsindicatiePromis eindvonnis d.d. 19 januari 2010. Bij tussenvonnis d.d. 19 november 2009 is medeplegen van moord bewezen verklaard. Het oordeel over de strafbaarheid van de verdachte en de eventuele strafoplegging of oplegging van een maatregel is toen aangehouden. Er heeft aanvullend gedragsdeskundig onderzoek plaatsgevonden. Niet is gebleken van omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. Bij de bestudering van het dossier en de behandeling ter terechtzitting is bij de rechtbank de indruk ontstaan dat de verdachte meer weg heeft van een adolescent dan van een (jong) volwassene van achttien jaar. Die indruk is bevestigd door hetgeen de kinder- en jeugdpsychiater Th.J.G. Bakkum na het door hem uitgevoerde aanvullende gedragsdeskundig onderzoek over de verdachte heeft gerapporteerd. Gelet hierop en gezien de leeftijd van de verdachte ten tijde van het plegen van het delict, ziet de rechtbank aanleiding toepassing te geven aan artikel 77c van het Wetboek van Strafecht,, en aldus het strafrecht voor jeugdigen toe te passen. Dat brengt met zich dat, op grond van de wet, jeugddetentie kan worden opgelegd van maximaal vierentwintig maanden, ook bij een levensdelict als het onderhavige. Tevens is de oplegging van de PIJ-maatregel mogelijk, waarvan de duur twee jaren bedraagt, en die zo nodig kan worden verlengd met maximaal twee jaren tot in totaal maximaal zes jaren. Alles afwegend acht de rechtbank, in overeenstemming met de eis van de officier van justitie, onvoorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van vierentwintig maanden en aansluitend daarop de (tot maximaal zes jaren verlengbare) PIJ-maatregel, passend en geboden als straf en maatregel. Met de oplegging van de maximale straf voor jeugdigen wordt recht gedaan aan de ernst van het delict. Daarnaast eist de algemene veiligheid van personen of goederen, en is het in het belang van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte, dat de PIJ-maatregel wordt opgelegd, in beginsel voor de duur van twee jaar, maar met de mogelijkheid van verlenging.
Gerelateerd ECLI:NL:RBARN:2011:BW2537
Gerelateerd ECLI:NL:RBARN:2011:2