Rechtbank Rotterdam, 15-11-2016 / ROT 16/1946


ECLIECLI:NL:RBROT:2016:8585
Datum15-11-2016
InhoudsindicatieNaar het oordeel van de rechtbank stelt verweerder zich ten onrechte op het standpunt dat eiser en de vrouw niet duurzaam gescheiden leven. Hoewel het gezamenlijk bezit van een woning en meerdere bankrekeningen duidt op een financiële verstrengeling die kan bijdragen aan het oordeel dat betrokkenen ten tijde in geding niet ieder afzonderlijk hun eigen leven leidden als waren zij niet met de ander gehuwd (vergelijk de uitspraak van de Raad van 25 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW8122), is in het onderhavige geval sprake van bijkomende omstandigheden die tot een ander oordeel leiden. De rechtbank neemt in dit verband in aanmerking dat eiser onweersproken heeft gesteld dat hij en de vrouw sinds 2007 ieder op een eigen adres wonen, dat alleen hij de gezamenlijke bankrekeningen gebruikt, alleen hij zorgdraagt voor de (hypothecaire) maandlasten die aan de echtelijke woning, waarin hij woont, zijn verbonden en dat hij en de vrouw op geen enkele wijze voor elkaar zorg dragen. De door verweerder aangevoerde omstandigheid dat eiser en de vrouw juridisch gezien wel ieder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden die de ander maakt, doet daar onvoldoende aan af. Dit is immers veeleer een kenmerkende omstandigheid bij een situatie van duurzaam gescheiden leven, omdat men nog steeds is gehuwd. Ook de omstandigheden dat zoals eiser ter zitting heeft verklaard eiser en de vrouw gehuwd blijven met het oog op erfrechtelijke motieven, zonder daarbij nog een echtelijke samenleving te beogen, en zij elkaar gemiddeld eenmaal in de maand zien in verband met hun dochter, vormen onvoldoende redenen om tot een ander oordeel te komen. De rechtbank wijst in dit verband ook op de uitspraak van de Raad van 28 juni 2011 (ECLI:NL:CRVB:2011:BR0750).
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2010:BO6538 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2012:BW8122 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2011:BR0750 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2016:2980