Rechtbank Rotterdam, 12-04-2017 / C/10/499499 / HA ZA 16-370


ECLIECLI:NL:RBROT:2017:4163
Datum12-04-2017
InhoudsindicatieGedaagde huurt een kavel onbebouwde grond van de gemeente. De vraag is of gedaagde door verjaring een recht van opstal heeft verkregen met betrekking tot de recreatiewoning op de kavel. De rechtbank oordeelt dat dat niet het geval is. Geen verkrijgende verjaring, omdat geen sprake is van bezit te goeder trouw. Geen bevrijdende verjaring, omdat gedaagde uit hoofde van de huurovereenkomst met de gemeente houder is van de kavel en dus ook van de recreatiewoning. Art. 3:111 BW staat aan een succesvol beroep op verjaring in de weg. Het beroep van gedaagde op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 oktober 2011 (ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1889) treft geen doel, ook niet vanuit het oogpunt van rechtsgelijkheid. Dit arrest is geen vaste jurisprudentie. Toepassing van de relevante wetsartikelen leidt in het onderhavige geval tot een andere uitkomst.
Gerelateerd ECLI:NL:GHLEE:2011:BU1889 ★★