Rechtbank 's-Gravenhage, 01-08-2012 / AWB 08/6572


ECLIECLI:NL:RBSGR:2012:BX6738
Datum01-08-2012
InhoudsindicatieVerordening nazorgheffing gesloten stortplaatsen. De aanslag is overeenkomstig de Verordening voor het jaar 2007 en de daarbij behorende tarieventabel vastgesteld. Bij de vaststelling van het voor eiseres geldende tarief is rekening gehouden met het te bereiken doelvermogen van 2.358.430, zoals dat voor het onderhavige jaar is berekend op grond van het door eiseres ingediende nazorgplan dat bij besluit van Gedeputeerde staten in 2003 is vastgesteld. Tegen dit besluit zijn geen rechtsmiddelen ingesteld; het staat dan ook onherroepelijk vast. Gesteld noch gebleken is dat een aanpassing van het nazorgplan heeft plaatsgevonden. Het tarief is overeenkomstig artikel 15.45, tweede lid, van de Wmb vastgesteld. Provinciale Staten hebben hierbij niet gehandeld in strijd met het verbod van willekeurige en onredelijke belastingheffing dan wel enig ander algemeen rechtsbeginsel. De hoogte van de aanslag vloeit rechtsreeks voort uit de tarieventabel en is dus juist. Indien er veronderstellenderwijs van moet worden uitgegaan dat de nazorgheffing als een retributie zou moeten worden beschouwd, dan heeft het volgende te gelden. De tarieven zouden in dat geval zo moeten worden vastgesteld dat de begrote opbrengst met de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten de begrote kosten niet te boven gaan (hierna: de opbrengstlimiet). Een geschil over, kort gezegd, de overschrijding van de opbrengstlimiet wordt procesrechtelijk hierdoor gekenmerkt dat niet de belanghebbende die het geschilpunt opwerpt, maar de heffingsambtenaar de partij is die beschikt over de gegevens die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van dat geschilpunt. De heffingsambtenaar dient in een dergelijk geval inzicht te verschaffen in de ramingen van in dit geval - de opbrengst van de heffing en van de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten alsmede van de kosten die naar verwachting gemoeid zullen zijn met de uitvoering van het nazorgplan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende inzicht verschaft in de opbouw van de genoemde ramingen en de informatie verstrekt die met het oog op het wegnemen van de bij eiseres levende twijfel over de door haar genoemde onderdelen van de ramingen redelijkerwijs van verweerder verlangd kan worden. Dit inzicht en deze informatie heeft verweerder verschaft door het overleggen van onder meer het nazorgplan, het RINAS rekenmodel en het Beleggingstatuut en door zijn toelichting daarop. Voor een uitsplitsing van de kosten, de opbrengst van de nazorgheffing en de daarover verkregen rentebaten en beleggingsopbrengsten per stortplaats is geen reden. De jaarlijks te betalen heffing dient om binnen een bepaald aantal jaren het vastgestelde doelvermogen te bereiken, waarbij per jaar de heffing aangepast kan worden en in het onderhavige geval ook is aangepast.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5080 ★★★★★