Rechtbank Utrecht, 26-07-2010 / SBR 08-3013


ECLIECLI:NL:RBUTR:2010:BN2269
Datum26-07-2010
InhoudsindicatieDe rechtbank overweegt dat het subjectief gezien mogelijk is dat eiseres heeft gedacht dat de Wav niet op haar van toepassing is. Met de Wav is immers niet beoogd om vrijwilligerswerk te beboeten, waardoor ze in de veronderstelling was dat ze geen werkgever is van [A], [B] en[C]. Geobjectiveerd bezien had eiseres zich echter moeten realiseren dat ze had moeten informeren of zij [A], [B] en [C] vrijwilligerswerk mocht laten verrichten, juist nu zij met vreemdelingen werkt op wie de vertrekplicht rust om Nederland te verlaten. Eiseres mocht dan ook niet aan de omstandigheden dat de gemeente Utrecht en de leden van de Tweede Kamer op de hoogte waren van de tewerkstelling en de gemeente Utrecht subsidie verleent aan Stichting Lauw-Recht, vertrouwen ontlenen dat haar geen boete zou worden opgelegd. De gestelde omstandigheden dat die instanties op de hoogte waren van de tewerkstelling doet niet af aan de eigen verantwoordelijkheid van eiseres om als werkgever die vreemdelingen arbeid laat verrichten op de hoogte te zijn of zich op de hoogte te stellen van de op haar rustende verplichting en daarnaar te handelen. Daar komt bij dat de gemeente Utrecht en de leden van de Tweede Kamer niet bevoegd zijn om overtredingen van de Wav te sanctioneren. Die omstandigheden hebben dan ook geen gerechtvaardigd vertrouwen bij eiseres kunnen wekken dat verweerder de bevoegde instantie op het terrein van deze boete van boeteoplegging zou afzien. Weliswaar kan er sprake zijn van omstandigheden die op zichzelf staand niet, maar in onderling verband en samenhang eventueel wel zijn aan te merken als omstandigheden op grond waarvan de boete moet worden gematigd. De omstandigheden dat eiseres met behulp van vrijwilligers heeft meegewerkt aan een sympathiek project met ideŽle doelstellingen dat geen uitbuiting beoogt, geen winstoogmerk heeft en door de gemeente wordt gesubsidieerd, zijn tezamen bezien daarvoor echter te weinig. In de door eiseres gestelde omstandigheden tezamen ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om in dit geval de boete te matigen. Doorslaggevend daarvoor acht de rechtbank dat eiseres uiteindelijk toch in het volle besef dat het gaat om vreemdelingen die geen verblijfsvergunning hebben gekregen, die vreemdelingen activiteiten heeft laten verrichten in het cafť. Die activiteiten liggen ook naar algemeen maatschappelijke opvattingen zo dicht aan tegen wat men doorgaans als arbeid aanmerkt, dat eiseres zich had moeten realiseren dat zij had moeten navragen of tewerkstellingsvergunningen nodig waren.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD0191 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2007:BA9298 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2007:BA9310 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2010:BM8823 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2008:BC6443 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2007:BA0664 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2008:BG8306 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2010:BM5583 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2008:BD2637 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2009:BJ7797 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2009:BI6078 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2008:BC6442 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2009:BI8488 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2008:BC9623
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2010:BL4163