Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-12-2015 / 2513183_E02122015


ECLIECLI:NL:RBZWB:2015:8777
Datum02-12-2015
Inhoudsindicatievervolg op ECLI:NL:RBZWB:2015:2162. Bij het tussenvonnis is Aegon toegelaten tegenbewijs te leveren tegen de vaststelling dat de tussenpersoon heeft geadviseerd en dat Aegon dat wist of moest weten. Zulk tegenbewijs is niet geleverd of aangeboden. Het wangedrag van de tussenpersoon kan niet aan Aegon worden toegerekend. De wetenschap bij Aegon van advisering door de tussenpersoon is reeds aanleiding om van het hofmodel af te wijken. Daarbij komt dat Aegon wegens schending van art. 41 NR 1999 had moeten weigeren het contract met eiseres aan te gaan. Vanwege de adviserende rol van de tussenpersoon behoefde eiseres zich minder snel eigener beweging te verdiepen in de (extreme) risicos van het contract (ECLI:NL:HR:2013:CA1725 Van Uden/NBG). Gelet op een en ander wordt de eigen schuld van eiseres in dit geval gesteld op 10 % van de schade. De inleg (onaanvaardbaar zware financiŽle last), verminderd met dividend en 10 % wegens eigen schuld, wordt toegewezen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:CA1725 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:1198 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBZWB:2015:2162