Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-09-2016 / BRE - 15 _ 8370


ECLIECLI:NL:RBZWB:2016:5690
Datum13-09-2016
InhoudsindicatieArtikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht; Artikel 2, derde lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Integrale proceskostenvergoeding? Belanghebbende is strafrechtelijk vrijgesproken voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften. Dat leidt tot vernietiging van een opgelegde navorderingsaanslag omdat daarmee is vast komen te staan dat belanghebbende niet te kwader trouw is geweest. De rechtbank acht het standpunt van de inspecteur dat belanghebbende te kwader trouw was, pleitbaar, mede omdat de rechtbank belanghebbende wel strafrechtelijk had veroordeeld. De navorderingsaanslag is dus niet tegen beter weten in opgelegd, waardoor geen integrale proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase verschuldigd is.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★