Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26-04-2017 / 16/2355


ECLIECLI:NL:RBZWB:2017:2459
Datum26-04-2017
InhoudsindicatieArtikel 3.90 Wet IB 2001 (ROW). Belanghebbende is bestuurder van een zorginstelling en heeft tevens zeggenschap in de zorgmanege die in een aparte stichting is ondergebracht. Zijn dochter is na haar afstuderen als psychologe in dienstbetrekking gaan werken bij de zorgmanege. Zijn dochter woonde zowel voor als na haar afstuderen in een woning bij de zorgmanege. De rechtbank verwerpt de stelling van de inspecteur dat de zorgmanege in feite een hobby is van belanghebbende. Wel is het voordeel dat de dochter heeft genoten belastbaar bij belanghebbende. De dochter had (samen met een vriendin) de vrije beschikking over minstens 2 paarden, waarmee zij hadden getraind en op wedstrijden hadden uitgebracht. Daarnaast heeft de dochter de woning bij de zorgmanege voordelig kunnen bewonen. Het door de dochter genoten voordeel bedraagt ongeveer 14.000. De inspecteur heeft de door hem in aanmerking genomen correctie met betrekking tot de zorgmanege van ongeveer 216.000 voor het meerdere niet aannemelijk gemaakt.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5080 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5087 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH0546 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2003:AL7047 ★★