Raad van State, 03-12-2008 / 200704652/1


ECLIECLI:NL:RVS:2008:BG5910
Datum03-12-2008
InhoudsindicatieVergoeding immateriŽle schade / overschrijding van de redelijke termijn / verblijfsrechtelijke procedure / artikel 6 EVRM Volgens vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (onder meer het arrest van 5 oktober 2000, Maaouia tegen Frankrijk, nr. 39652/98, AB 2001, 80) vallen procedures over de binnenkomst, het verblijf en de uitzetting van vreemdelingen buiten het bereik van artikel 6 van het EVRM. Aangezien het geschil over de vergoeding van de door [appellante] gemaakte proceskosten is te herleiden tot de weigering aan haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, kan het verzoek tot vergoeding van immateriŽle schade niet op deze verdragsbepaling worden gebaseerd. De rechtszekerheid als algemeen aanvaard rechtsbeginsel dat aan artikel 6 van het EVRM mede ten grondslag ligt, geldt echter evenzeer binnen de nationale rechtsorde en evenzeer los van die verdragsbepaling en noopt er toe dat een dergelijk verzoek en het daaruit voortvloeiende geschil binnen een redelijke termijn, in voorkomend geval na behandeling door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht, tot finale vaststelling leidt. Aangezien dit vereiste als neergelegd in artikel 6 van het EVRM op dat rechtsbeginsel berust, wordt aansluiting gezocht bij de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (onder meer het arrest van 29 maart 2006, Pizzati tegen ItaliŽ, nr. 62361/00, JB 2006/134) over de uitleg van deze verdragsbepaling. Uit de jurisprudentie volgt dat bij overschrijding van de redelijke termijn, behoudens bijzondere omstandigheden, spanning en frustratie als grond voor vergoeding van immateriŽle schade wordt verondersteld. [appellante] heeft bij brief van 27 november 2001, door de minister op dezelfde dag ontvangen, bezwaar tegen het besluit van 30 oktober 2001 gemaakt. Hoewel de procedure thans bijna zeven jaar duurt, is - anders dan wordt verondersteld - in dit geval niet aannemelijk dat [appellante] door dat tijdsverloop zodanige spanning en frustratie heeft ondervonden, dat deze grond opleveren voor een financiŽle genoegdoening. Daartoe is redengevend dat het geschil louter op vergoeding van proceskosten betrekking heeft en [appellante] klaarblijkelijk geen belang had bij spoedige voldoening daarvan, omdat, zoals ter zitting is verklaard, zij op advies van haar gemachtigde gedurende de gehele periode voor de indiening van het beroepschrift van 4 november 2006 niet heeft gerappelleerd ten einde een zo hoog mogelijk bedrag aan vertragingsrente te kunnen genereren. Nu [appellante] geen andere feiten of omstandigheden heeft gesteld waarop het verzoek om vergoeding van immateriŽle schade wegens overschrijding van de redelijke termijn is gebaseerd, is er geen grond die vergoeding toe te kennen. Het betoog faalt.
TijdschriftartikelRaad van State, 03-12-2008, 200704652/1
NJB 2008, 2206
Volgens vaste jurisprudentie van het EHRM vallen procedures over de binnenkomst, het verblijf en de uitzetting van vreemdelingen buiten het bereik van art. 6 EVRM.
TijdschriftartikelRaad van State, 03-12-2008, 200704652/1
JB 2009/13
Redelijke termijn, beroep op overschrijding.
TijdschriftartikelRaad van State, 03-12-2008, 200704652/1
ABKort 2009/27
Redelijke termijn, vreemdelingenrecht.

(X / minister BuZa).
TijdschriftartikelRaad van State, 03-12-2008, 200704652/1 (met noot)
T. Barkhuysen, M.L. van Emmerik
ęJVĽ 2009/114
Kosten, bestuurlijke voorprocedure. Eerlijk proces. Horen, in bezwaar. Rechtsgevolgen, in stand laten van. Rechtszekerheid. Besluit, niet tijdig. Termijn, beroeps. Schadevergoeding.
TijdschriftartikelRaad van State, 03-12-2008, 200704652/1
AB 2009/70
Niet tijdig nemen beslissing op bezwaar; verzoek vergoeding kosten rechtsbijstand; redelijke termijn; art. 6 EVRM; toelating en uitzetting van vreemdelingen; rechtszekerheidsbeginsel; standaardtermijnen; vergoeding immateriŽle schade.
TijdschriftartikelRaad van State, 03-12-2008, 200704652/1 (met noot)
E. Thomas
FED 2009/36
Centraal Raad van Beroep en Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State geven standaardregels voor schadevergoeding bij schending van de redelijke termijn.
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7497
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BO5080 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BO5046 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX8360 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CBB:2010:BN6785 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BP8053 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX8359 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ4373 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2014:4935
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2013:1586
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2013:BX8360
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2013:BX8359
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BO5087
Gerelateerd ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7118
Gerelateerd ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ6651
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2014:4590
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2010:BO5308
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6302
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7497
Gerelateerd ECLI:NL:RBDHA:2015:8344
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2014:4580
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2012:BY3420
Gerelateerd ECLI:NL:RBALK:2012:BW9949
Gerelateerd ECLI:NL:RBALK:2012:BW9948
Gerelateerd ECLI:NL:RBALK:2012:BW9947
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2011:BR3421
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2010:BN6364
Gerelateerd ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9806