Centrale Raad van Beroep, 01-04-2015 / 12-6806 WW


ECLIECLI:NL:CRVB:2015:1174
Datum01-04-2015
InhoudsindicatieDoor de als zelfstandige in [naam kledingzaak] verrichte werkzaamheden heeft appellant de hoedanigheid van werknemer verloren. De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat niet is gebleken dat appellant het Uwv op de hoogte heeft gesteld van de uitbreiding van zijn werkzaamheden in [naam kledingzaak]. Daarmee staat vast dat appellant de op hem rustende inlichtingenverplichting heeft geschonden. Het Uwv was dan ook gehouden de WW-uitkering van appellant te herzien en later in te trekken. Het Uwv heeft in hoger beroep het (gewijzigde) standpunt ingenomen dat appellant, na de verkoop van [naam kledingzaak], de hoedanigheid van werknemer heeft herkregen voor 23 uur per week. Verder stelt het Uwv zich op het standpunt dat het recht op WW-uitkering later weer is geŽindigd op grond van, meer subsidiair, het feit dat appellant vanaf die datum buiten Nederland verblijf hield anders dan wegens vakantie. Dit standpunt van het Uwv wordt onderschreven. Met het in hoger beroep gewijzigde standpunt over de herleving van de WW-uitkering heeft het Uwv het bestreden besluit niet gehandhaafd. De Raad voorziet zelf: de WW-uitkering van appellant wordt per 4 februari 2008 herzien voor zeventien uur per week. De WW-uitkering van appellant wordt per 26 mei 2008 ingetrokken. De WW-uitkering van appellant herleeft van 27 oktober 2008 tot en met 2 november 2008 voor 23 uur per week. De WW-uitkering wordt per 3 november 2008 ingetrokken. Het terug te vorderen bedrag wordt vastgesteld op 97.151,97 bruto. Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de kosten van appellant.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2001:AD5986 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2009:BH4066 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2012:BV1280 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2003:AN8441 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2017:2791
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2019:1678