Centrale Raad van Beroep, 29-07-2015 / 14-2626 ZW


ECLIECLI:NL:CRVB:2015:2522
Datum29-07-2015
InhoudsindicatieZW-uitkering. Weigering voorschot. Geen vangnetter. Met het ... vonnis is komen vast te staan dat appellant, indien hij wegens ziekte ongeschikt is gebleven om de bedongen arbeid te verrichten (van welke situatie appellant in deze procedure is uitgegaan), tot de einddatum van het dienstverband die is bepaald bij de ... beschikking aanspraak heeft op doorbetaling door de werkgever van het loon op grond van artikel 7:629, eerste lid, van het BW. Anders dan appellant heeft aangevoerd volgt uit het voorgaande dat appellant in de periode tot en met 31 maart 2013 niet kon worden aangemerkt als een zogeheten vangnetter (een verzekerde zonder werkgever). De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat pas per 1 april 2013 recht heeft kunnen ontstaan op een ZW-uitkering, zoals het Uwv heeft bepaald bij bestreden besluit 2. 4.8.Nu is komen vast te staan dat pas met ingang van 1 april 2013 recht kon ontstaan op een ZW-uitkering, volgt reeds daaruit dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Uwv met ingang van 10 december 2012 geen (voorschot op een) ZW-uitkering hoefde uit te keren.
TijdschriftartikelCentrale Raad van Beroep 29-07-2015
JB 2015/156
Definitief besluit na voorschotbesluit, Vervangend besluit als bedoeld in art. 6:19 Awb.
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2014:4388 ★★★