Rechtbank Midden-Nederland, 22-02-2017 / C/16/431446 / KG ZA 17-46


ECLIECLI:NL:RBMNE:2017:1074
Datum22-02-2017
InhoudsindicatieKort geding. Het besluit van de ALV van de Vereniging om in te stemmen met de (voortijdige) beŽindiging van de huurovereenkomst en de beheerovereenkomst tussen de Vereniging en [bedrijfsnaam], komt in feite neer op een besluit tot opheffing van de Vereniging en heeft dezelfde gevolgen als een ontbindingsbesluit. Gelet hierop dienen naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor dit besluit dezelfde totstandkomingsvereisten te gelden als voor een ontbindingsbesluit. Er kon daarom niet worden volstaan met besluitvorming door de ALV met meerderheid van stemmen, maar er had besluitvorming moeten plaatsvinden met een meerderheid van ten minste twee/derde gedeelte van het aantal geldig uitgebrachte stemmen. Nu dit niet is gebeurd, is aannemelijk dat een bodemrechter zal oordelen dat het besluit op grond van artikel 2:14 lid 1 BW nietig is wegens strijd met de statuten. Daarnaast is aannemelijk dat een bodemrechter tot het oordeel zal komen dat het besluit op de voet van artikel 2:15 lid 1 onder b BW vernietigbaar is, omdat de ALV het belang van eisers om ter plaatse te blijven wonen en werken en tegenover [bedrijfsnaam] een beroep te doen op huurbescherming, niet in haar besluitvorming heeft betrokken. Gezien het voorgaande wordt de Vereniging verboden om uitvoering te geven aan het besluit tot voortijdige beŽindiging van de huur- en beheerovereenkomst en een aantal daarmee samenhangende besluiten.