Rechtbank Midden-Nederland, 18-10-2017 / UTR 17/3728 en UTR 17/3740


ECLIECLI:NL:RBMNE:2017:5299
Datum18-10-2017
InhoudsindicatieVerweerder heeft aan een derde-partij een ontheffing verleend van het verbod om met helikopters buiten een luchthaven op te stijgen en te landen op een terrein nabij Gein-Zuid in Abcoude, op 21 oktober 2017 en 16 december 2017, voor maximaal 10 starts en 10 landingen, met een totaal van 20 vliegbewegingen per dag. Eiseres is het hier niet mee eens. De voorzieningenrechter constateert dat er verschillende gebreken in de besluitvorming zitten, namelijk een gesplitste besluitvorming op het bezwaar en gebreken in de bevoegdheid. Hierdoor is eiseres niet zozeer in juridisch opzicht benadeeld, maar wel omdat verweerder verwarring heeft gezaaid en begrijpelijkerwijs wantrouwen heeft gewekt aan de kant van eiseres. Daarom is het beroep gegrond en komen de betreffende besluiten voor vernietiging in aanmerking. De voorzieningenrechter beoordeelt wat er verder moet gebeuren om het geschil tussen partijen definitief te beslechten. Op basis van de toelichting van verweerder is duidelijk dat bij het vaststellen van de afstandsgrens tot geluidgevoelige objecten is uitgegaan van de geluidsbelasting bij het opstijgen en landen van de helikopter en niet, zoals eiseres meent, van de geluidsbelasting bij het overvliegen van de helikopter. Aangezien eiseres haar standpunt hierover verder niet heeft onderbouwd, is er geen aanleiding voor twijfel aan de door verweerder gemaakte berekeningen. Er is ook geen aanleiding voor de conclusie dat op dit punt niet zou worden voldaan aan het beleid. Verder heeft verweerder bij zijn belangenafweging alle van belang zijnde feiten en omstandigheden, waaronder de belangen van eiseres, meegewogen. Verweerder heeft voldoende rekening gehouden met de belangen van eiseres, maar heeft deze belangen uiteindelijk niet doorslaggevend gevonden. De voorzieningenrechter vindt niet dat verweerder de weegschaal naar de andere kant had moeten laten doorslaan. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat twee dagen een overzichtelijk en gering aantal is en dat daarom geen sprake is van een structurele impact op het gebied. De rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten kunnen in stand kunnen blijven. Er is geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening, zodat het verzoek daartoe wordt afgewezen.