Rechtbank Midden-Nederland, 09-11-2017 / UTR 16 / 3198


ECLIECLI:NL:RBMNE:2017:5700
Datum09-11-2017
InhoudsindicatieWIA-vervoersvoorziening, goedkoopst adequaat Samenvatting:: Verweerder heeft terecht vastgesteld dat van de twee optionele vervoersvoorzieningen voor eiser (de inzet van chauffeursdienst de nieuwe koetsiers of een taxivergoeding) de inzet van de nieuwe koetsiers de goedkoopst adequate voorziening is. Uit berekeningen van verweerder volgt dat de inzet van de nieuwe koetsiers goedkoper is dan een taxivergoeding. Hierbij gaat het erom dat de kosten voor verweerder het laagst zijn, en niet om (zoals eiser meent) de kosten voor eiser of kosten anderszins. Niet is gebleken dat de inzet van de nieuwe koetsiers niet adequaat zou zijn voor eiser. Dat eiser voor deze vervoersvoorziening extra kosten moet maken omdat hij mogelijk een tweede auto moet aanschaffen en een hogere eigen bijdrage moet betalen, maakt niet dat de inzet van de nieuwe koetsiers niet adequaat is. Het aanschaffen van een tweede auto wordt algemeen gebruikelijk geacht bij een gezinsinkomen van 55.091,- per jaar, en eisers gezinsinkomen is hoger dan dit bedrag. Gelet op eisers gezinsinkomen acht de rechtbank de extra kosten voor eiser niet onredelijk. Tot slot is ook niet gebleken dat verweerder een ongerechtvaardigd onderscheid heeft gemaakt ten aanzien van vergelijkbare gevallen. Nu de extra kosten voor eiser bij de inzet van de nieuwe koeriers niet onredelijk zijn, kan ook om die reden geen sprake zijn van een ongerechtvaardigd onderscheid door verweerder. Eisers beroep op de Algemene wet gelijke behandeling slaagt niet.