Rechtbank Midden-Nederland, 12-07-2017 / 5669880 / MC EXPL 17-1031


ECLIECLI:NL:RBMNE:2017:5820
Datum12-07-2017
InhoudsindicatieDe vraag die voorligt is of Flevoziekenhuis gehouden is de financiële gevolgen te dragen van de weigering van het pensioenfonds Zorg en Welzijn om de deelname van werknemer aan de pensioenregeling (alsnog met terugwerkende kracht) na einde dienstverband voort te zetten nadat achteraf in rechte is vastgesteld dat Flevoziekenhuis ten onrechte geen wachtgeld heeft uitgekeerd. De gestelde schade is, zo begrijpt de kantonrechter het standpunt van werknemer, ontstaan, omdat werknemer verstoken is geweest van het gebruik van de wachtgelduitkering (mede) ten behoeve van de voortzetting van de (vrijwillige) pensioenopbouw. Voor zover al zou komen vast te staan dat sprake zou zijn van enig causaal verband, namelijk als Flevoziekenhuis bij einde dienstverband per 1 oktober 2011 meteen het besluit had genomen tot toekenning van wachtgeld aan werknemer, werknemer wel gebruik had gemaakt van de vrijwillige voortzetting van haar pensioenopbouw, en dat Flevoziekenhuis dan pensioenpremie voor werknemer had betaald aan het pensioenfonds Zorg en Welzijn en dat werknemer dan de gestelde schade niet zou hebben geleden, dan kan die gestelde schade Flevoziekenhuis als gevolg van de weigering tot betaling van wachtgeld niet worden toegerekend onder in het vonnis ogenomen omstandigheden.