Rechtbank Midden-Nederland, 10-02-2017 / UTR 17/129


ECLIECLI:NL:RBMNE:2017:599
Datum10-02-2017
InhoudsindicatieVerweerder heeft geconstateerd dat het bedrijf van verzoeker criminele activiteiten faciliteert. Dit levert een ernstig gevaar op voor de openbare orde en het woon- en leefklimaat rond het bedrijf. Verweerder heeft daarom besloten het bedrijfspand voor 12 maanden te sluiten. Verzoeker betwist dat sprake is van het faciliteren van criminele activiteiten en hij weet zou hebben gehad van criminele activiteiten. Verzoeker betoogt subsidiair dat een sluiting voor 12 maanden niet proportioneel is. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder op basis van de in bestuurlijke rapportages vermelde informatie in redelijkheid heeft kunnen concluderen dat het bedrijf van verzoeker criminele activiteiten faciliteert. Het is aannemelijk dat verzoeker had kunnen en moeten weten dat zijn werkzaamheden een illegaal doel dienden. De stelling van verweerder dat verzoeker wist welke zware criminele activiteiten het betrof, kan de voorzieningenrechter niet zonder meer onderschrijven. De informatie uit de bestuurlijke rapportages biedt hiervoor geen aanknopingspunten. Wel kan gezegd worden dat verzoeker door het faciliteren het risico heeft aanvaard dat hiermee elke mogelijke vorm van criminaliteit aan de orde zou kunnen zijn. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd dat een lichter middel dan sluiting niet volstaat, omdat daarmee het doel (namelijk het doorbreken van de loop van illegale activiteiten van en naar het pand en het voorkomen dat het pand nog langer gebruikt kan worden ten behoeve van het faciliteren van criminele activiteiten) niet wordt bereikt. Verweerder moet wel de duur van de sluiting nader motiveren, omdat het beleid op dit punt niet duidelijk is. Nu dit in de beslissing op bezwaar kan worden hersteld ziet de voorzieningenrechter hierin geen aanleiding om het verzoek om voorlopige voorziening toe te wijzen. Het verzoek wordt daarom afgewezen
Gerelateerd ECLI:NL:RBMNE:2018:4108