Rechtbank Rotterdam, 16-04-2015 / 14/5414


ECLIECLI:NL:RBROT:2015:2511
Datum16-04-2015
InhoudsindicatieBoeteoplegging op grond van artikel 11a van de Tabakswet. Door de toezichthouders is vastgesteld dat in de coffeeshop wiet is gemengd met tabak, waarna de joint is opgestoken en gerookt. De gestelde omstandigheden als gevolg waarvan de medewerkers in redelijkheid het gebruik van tabak in de coffeeshop niet hebben kunnen of hoeven opmerken, leidt de rechtbank niet tot de conclusie dat geen sprake is geweest van een overtreding. Indien en voor zover de medewerkers van eiseres bij hun werkzaamheden hun prioriteit niet ligt bij het toezicht houden en aanspreken van klanten, wordt daarmee door eiseres niet voldaan aan de resultaatverplichting. Het is primair aan eiseres om die maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de resultaatsverplichting. Juist in coffeeshops, waar het primaire doel van klanten het aanschaffen en roken van wiet zal zijn, dient de verantwoordelijkheid van een werkgever om zorg te dragen dat zijn medewerkers niet worden blootgesteld aan tabaksrook te leiden tot concrete maatregelen om dit te voorkomen. De enkele stelling dat door de wietgeur tabaksrook niet wordt waargenomen, miskent die verantwoordelijkheid. Het is niet de taak van toezichthouders om klanten aan te spreken op het roken van tabak of het personeel te wijzen op eventuele overtredingen. De mogelijkheden van eiseres om zich te verweren worden niet beknot hierdoor.
Gerelateerd ECLI:NL:CBB:2009:BH5223 ★★★★★