Rechtbank Rotterdam, 09-10-2015 / 14/2262


ECLIECLI:NL:RBROT:2015:7099
Datum09-10-2015
InhoudsindicatieBetreft recidive ten onrechte ontvangen uitwonendenbeurs; herziening en terugvordering, boete van 100% van het benadelingsbedrag en uitsluiting van verder recht op studiefinanciering. Het bezwaar tegen de herziening en terugvordering is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Op basis van de resultaten van het huisbezoek heeft verweerder aangetoond dat eiser ten tijde van de controle niet woonachtig was op het brp-adres, zodat verweerder bevoegd was tot oplegging van de boete en het uitsluiten van eiser van verder recht op studiefinanciering. Nu eiser niet voldoet aan het bepaalde in artikel 1.5 van de Wsf 2000 en niet in geschil is dat sprake is van recidive, waarbij de eerder opgelegde boete onherroepelijk is, mocht verweerder op grond van artikel 9.9a, eerste lid, van de Wsf 2000 in beginsel een boete opleggen van ten hoogste 100% van het bedrag dat van eiser wordt teruggevorderd vanwege overtreding van artikel 1.5 van de Wsf 2000. Niet is gebleken dat deze overtreding niet aan eiser kan worden verweten, zodat artikel 5:41 van de Awb niet aan gebruikmaking van de boetebevoegdheid in de weg staat. De wijze waarop verweerder gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid een boete van 100% op te leggen kan in dit geval de rechterlijke toetsing doorstaan. Hierbij is van belang dat uit de Memorie van Toelichting volgt dat de wetgever ervan uitgaat dat de hoogte van de boete maximaal 100% van de teruggevorderde studiefinanciering bedraagt in geval van recidive omdat misbruik van publiek geld onacceptabel is. Dit geeft de ernst van de overtreding aan. Niet gebleken van verminderde verwijtbaarheid of bijzondere omstandigheden. De rechtbank acht de boete evenredig en proportioneel. Ten aanzien van eisers uitsluiting van verdere aanspraak op studiefinanciering, zoals opgenomen in artikel 9.9a, derde lid, van de Wsf 2000, is de rechtbank allereerst van oordeel dat die uitsluiting een individuele toets betreft en los van de opgelegde boete dient te worden beoordeeld. In dit geval is de rechtbank van oordeel dat verweerder voldoende gemotiveerd gebruik heeft gemaakt van deze bevoegdheid. Gesteld noch gebleken is dat sprake is van onbillijkheid van overwegende aard omdat de financiële consequenties voor eiser anders of ernstiger zijn dan voor ieder ander die van aanspraak op studiefinanciering wordt uitgesloten.
TijdschriftartikelRechtbank Rotterdam 09-10-2015
RSV 2015/228
Uitwonendenbeurs — recidive — boete — intrekken toelage
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2014:2799 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:CRVB:2014:2341 ★★★