Centrale Raad van Beroep, 01-11-1990 / AW 89/45


ECLI:NL:CRVB:1990:ZB4441

Inhoudsindicatie
Onder dienstvak/dienstonderdeel moet worden verstaan de kleinste zelfstandige organisatorische eenheid waarbinnen de ambtenaar werkzaam is.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
1990-11-01
Publicatiedatum
2013-04-18
Zaaknummer
AW 89/45
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • TAR 1991/1
Uitspraak

Uitspraak in het geding tussen:


Dr. B-N, wonende te G, eiseres,


en


het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Utrecht, gedaagde.


I. Ontstaan en loop van het geding


Bij besluit van 26 mei 1987 heeft gedaagde eiseres met ingang van 1 september 1987 wegens opheffing van haar betrekking eervol ontslag verleend als universitair docent in de subfaculteit der Biologie.


Het Ambtenarengerecht te Utrecht heeft het door eiseres tegen dit besluit ingestelde beroep bij uitspraak van 27 december 1988, nr. AW 1987/296, ongegrond verklaard.


Eiseres is van die uitspraak in hoger beroep gekomen.


Gedaagde heeft van contra-memorie gediend.


Het geding is behandeld ter terechtzitting van 11 oktober 1990.


Eiseres is, daartoe ambtshalve opgeroepen, in persoon verschenen, met bijstand van Mr. W. E. van der Kolk-Bal, directeur van het bureau van de Vereniging van Academici bij het Wetenschappelijk Onderwijs te Utrecht, als haar raadsvrouwe.


Gedaagde, ambtshalve opgeroepen om bij gemachtigde te verschijnen, heeft zich doen vertegenwoordigen door Mr. Th. A. Velo en Dr. W. J. C. Amesz, beiden werkzaam bij gedaagdes universiteit.


II. Motivering


Voor een weergave van de in dit geding relevante feiten verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.


Eiseres heeft - kort samengevat - tegen het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak aangevoerd, dat gedaagde bij het totstandbrengen van de reorganisatie van de subfaculteit der Biologie onjuist heeft gehandeld door te kiezen voor de projectgroep als kleinste organisatorische eenheid. Zou, aldus eiseres, evenals elders binnen de Rijksuniversiteit Utrecht en de andere universiteiten in den lande, gewoon de vakgroep als kleinste organisatorische eenheid zijn gehanteerd, dan zou bij inkrimping van de vakgroep waartoe eiseres behoorde, sprake zijn geweest van overtolligheid, in welk geval eiseres, gezien de in art. 96, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement vermelde volgorde en de duur van haar dienstverband, niet de eerstaangewezene zou zijn geweest voor ontslag. Eiseres heeft voorts aangevoerd dat de herplaatsingsinspanningen van gedaagde onvoldoende zijn geweest.


De Raad is met de eerste rechter van oordeel dat gedaagde de grenzen van zijn vrijheid om de organisatie van de dienst in te richten niet heeft overschreden door per projectgroep, als historisch gegroeide entiteit, te bepalen of deze in de nieuwe organisatiestructuur al dan niet zou terugkeren. Er valt geen algemeen verbindend voorschrift of algemeen beginsel van behoorlijk bestuur aan te wijzen dat zich tegen de door gedaagde gemaakte keuze voor een projectgroepgewijze benadering van de reorganisatie verzet. Niet is gesteld of gebleken dat anderszins aan het reorganisatiebesluit en de daarin besloten liggende opheffing van eiseresses betrekking gebreken kleven van zodanige aard dat dat besluit niet meer zou mogen dienen als basis voor het bestreden ontslagbesluit.


Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter terechtzitting heeft de Raad, evenals de eerste rechter, de overtuiging verkregen dat gedaagde in voldoende mate uitvoering heeft gegeven aan de op hem ingevolge art. 96, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement rustende verplichting om een zorgvuldig onderzoek naar herplaatsingsmogelijkheden in te stellen. De Raad neemt de gronden over, waarop de eerste rechter tot dat oordeel is gekomen en volstaat met de aanvullende opmerking dat eiseres voor enige vacatures in beschouwing is genomen, doch dat daarbij op aanvaardbare gronden de keuze op andere gegadigden is gevallen.


Beslist moet worden als volgt:


III. Beslissing


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende in naam der Koningin!


Bevestigt de aangevallen uitspraak.