Centrale Raad van Beroep, 15-12-2005 / 05-1314 WUV


ECLI:NL:CRVB:2005:AU9009

Inhoudsindicatie
Terugvordering van teveel betaaldde vergoeding van de kosten van aanschaf van een auto.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2005-12-15
Publicatiedatum
2006-01-03
Zaaknummer
05-1314 WUV
Procedure
Hoger beroep


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

05/1314 WUV



U I T S P R A A K



in het geding tussen:


de erven van [betrokkene], laatstelijk gewoond hebbend te [woonplaats], eisers,


en


de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, verweerster.



I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Onder dagtekening 28 januari 2005, kenmerk JZ/A80/2005/0030, heeft verweerster ten aanzien van eisers een besluit genomen ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940 - 1945 (hierna: de Wet).


Tegen dit besluit heeft mr. A.L.P. van Unnik, werkzaam bij Bureau Rechtshulp te Eindhoven, op in het beroepschrift aangegeven gronden namens eisers beroep ingesteld.


Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.


Het geding is behandeld ter zitting van 17 november 2005. Voor eisers is met voorafgaand bericht niemand verschenen. Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.



II. MOTIVERING


Blijkens de gedingstukken heeft thans wijlen [betrokkene], erkend als vervolgde en uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wet en overleden op 4 juni 2004 (hierna [betrokkene]), in november 2003 bij verweerster een (vervolg-)aanvraag ingediend om vergoeding van de kosten van aanschaf van een auto.


Bij besluit van 5 februari 2004 heeft verweerster het verzoek ingewilligd. Aan [betrokkene] is per 1 februari 2004 met toepassing van artikel 20 van de Wet een vergoeding toegekend betreffende de aanschaf van een auto met automatische transmissie en stuurbekrachtiging op basis van het normbedrag voor de aanschaf, van € 11.600,00 verminderd met het normbedrag wegens inruil van € 3.350,00.


Bij schrijven van 10 februari 2004 heeft [betrokkene] verweerster verzocht het aan hem toegekende bedrag op zijn girorekening te willen storten zodat hij na ontvangst ervan tot de aankoop van de auto kan overgaan. Bij brief van 16 maart 2004 heeft verweerster [betrokkene] een betalingsbeschikking gezonden. In die brief is tevens aangegeven dat de betaling een voorlopig karakter draagt en dat na ontvangst van - ondermeer - de originele aankoopnota van de auto de vergoeding definitief zal worden vastgesteld.


Op 19 mei 2004 heeft [betrokkene] verweerster laten weten dat de door hem bestelde auto pas in oktober van dat jaar kan worden geleverd. Sicamma is op 4 juni 2004 overleden; op 11 juni 2004 heeft de zoon van [betrokkene] de bestelling van de nieuwe auto geannuleerd.


Bij besluit van 3 november 2004, zoals na bezwaar van eisers gehandhaafd bij het thans bestreden besluit, heeft verweerster € 6.250,00, zijnde het voorschotbedrag minus de anuleringskosten, van eisers teruggevorderd. Daartoe heeft verweerster overwogen dat het aan eisers te veel betaalde bedrag op grond van artikel 59 van de Wet moet worden teruggevorderd, omdat het een voorlopige betaling betrof en [betrokkene] niet aan de daadwerkelijke aanschaf van de hem toegekende auto is toegekomen en de bestelling van de auto om die reden is geannuleerd.


In beroep is namens eisers - samengevat - het standpunt verdedigd dat eisers de dupe zijn geworden van zowel de handelswijze van verweerster als van specifieke omstandigheden waardoor zij thans ten onrechte geconfronteerd worden met een terugvordering van € 6.500,-. Volgens eisers zou hun huidige situatie een geheel andere zijn geweest wanneer de levertijd van de nieuwe auto niet verlengd was geweest en verweerster pas tot uitbetalen was overgegaan op het moment dat de bestelde auto daadwerkelijk geleverd was.


De Raad dient de vraag te beantwoorden of het bestreden besluit, gelet op hetgeen namens eisers in beroep is aangevoerd, in rechte kan standhouden. Hij overweegt als volgt.


Ingevolge artikel 59, eerste lid, van de Wet kan verweerster, indien de beschikbare gegevens de definitieve vaststelling van de vergoeding nog niet mogelijk maken, in afwachting van de toereikende gegevens de vergoeding voorlopig vaststellen. Ingevolge het tweede lid van dit artikel herziet verweerster zo nodig haar oorspronkelijke beschikking, indien de toereikende gegevens bekend zijn, en wordt hetgeen teveel werd uitbetaald teruggevorderd of verrekend. Deze laatste bepaling heeft een dwingend karakter, hetgeen betekent dat verweerster wettelijk verplicht is deze bepaling toe te passen.


Tussen partijen is niet in geschil dat [betrokkene] een nieuwe auto heeft besteld, dat de aan hem verstrekte betaling van € 8.250,- een voorlopig karakter droeg, dat de zoon van [betrokkene], [zoon betrokkene], de bestelling van de nieuwe auto op 11 juni 2004 heeft geannuleerd en de aan [betrokkene] bij hierboven genoemd besluit van 5 februari 2004 toegekende vergoeding door die annulering niet definitief hoefde te worden vastgesteld.


Op grond van het vorenstaande en in het licht van het bepaalde in artikel 59 van de Wet heeft verweerster naar het oordeel van de Raad terecht en op goede gronden het teveel betaalde bedrag van eisers teruggevorderd. Dat eisers de dupe zouden zijn geworden van de handelswijze van verweerster en specifieke omstandigheden, zoals de verlenging van de leverdatum van de bestellende auto, maakt dat - wat daar overigens van zij - niet anders, nu verweerster middels de brief van 16 maart 2004 duidelijk heeft gemaakt dat de onderhavige betaling een voorschot was.


Aangezien de Raad geen termen aanwezig acht om verweerster met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten wordt beslist als volgt.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Verklaart het beroep ongegrond.



Aldus gegeven door mr. C.G. Kasdorp als voorzitter en mr. G.L.M.J. Stevens en mr. H.R Geerling-Brouwer als leden, in tegenwoordigheid van J.P. Schieveen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 15 december 2005.



(get.) C.G. Kasdorp.



(get.) J.P. Schieveen.