Centrale Raad van Beroep, 01-02-2006 / 04/6120 NABW


ECLI:NL:CRVB:2006:AV1176

Inhoudsindicatie
Beroep in eerste aanleg niet-ontvankelijk. Termijnoverschrijding niet-verschoonbaar.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2006-02-01
Publicatiedatum
2006-02-09
Zaaknummer
04/6120 NABW
Procedure
Hoger beroep


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • JB 2006/100 met annotatie van EvdL
Uitspraak

04/6120 NABW


U I T S P R A A K


in het geding tussen:


[appellante], wonende te [woonplaats], appellante,


en


het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn, gedaagde.



I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING


Namens appellante heeft mr. W. Searle, advocaat te Hoorn, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 29 september 2004, reg.nr. NABW 04/357, waarbij het beroep van appellante tegen het besluit op bezwaar van gedaagde van 6 januari 2004 ongegrond is verklaard.


Gedaagde heeft een verweerschrift ingediend.


Mr. Searle heeft enkele door de Raad gestelde vragen schriftelijk beantwoord.


Het geding is behandeld ter zitting van 21 december 2005, waar appellante niet is verschenen en gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door N.T.M. Schwering, werkzaam bij de gemeente Hoorn.



II. MOTIVERING


De Raad ziet zich, ambthalve, gesteld voor de vraag of de rechtbank het beroep terecht ontvankelijk heeft geacht.


Het besluit van 6 januari 2004 is op 12 januari 2004 aan mr. Searle toegezonden. De laatste dag waarop een ontvankelijk beroepschrift kon worden ingediend was derhalve 23 februari 2004. Het door mr. Searle ingediende beroepschrift is op 24 februari 2004 bij de rechtbank ontvangen, zodat de beroepstermijn is overschreden.


Ingevolge artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een beroepschrift bij verzending per post tijdig ingediend, indien het voor het verstrijken van de beroepstermijn ter post is bezorgd en het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.


De enveloppe waarin het beroepschrift is verzonden, draagt een afdruk van een frankeermachine die aangeeft: 20.02.03 (en dus niet: 20.02.04). De enveloppe bevat voorts geen poststempel van TPG Post noch enige andere aanduiding waaruit blijkt dat deze door TPG Post is behandeld. Derhalve kan niet worden vastgesteld dat het beroepschrift per post is verzonden, zodat niet is voldaan aan de voorwaarden van artikel 6:9, tweede lid, van de Awb.


Van verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb is niet gebleken.


De Raad zal de aangevallen uitspraak vernietigen en het beroep niet-ontvankelijk verklaren.


Voor een veroordeling van gedaagde in de proceskosten ziet de Raad gelet op het voorgaande geen aanleiding.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

Bepaalt dat de gemeente Hoorn aan appellante het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 102,-- vergoedt.



Aldus gewezen door mr. drs.Th.G.M. Simons als voorzitter en mr. M.I. ’t Hooft en mr. G.M.T. Berkel-Kikkert als leden, in tegenwoordigheid van R.C. Visser als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2006.



(get.): Th.G.M. Simons



(get.): R.C. Visser