Centrale Raad van Beroep, 31-05-2006 / 05-6570 WWB


ECLI:NL:CRVB:2006:AX8778

Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond. Griffierecht niet binnen gestelde termijn betaald. Verzuim niet verschoonbaar.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2006-05-31
Publicatiedatum
2006-06-20
Zaaknummer
05-6570 WWB
Procedure
Verzet



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

05/6570 WWB


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:


[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 4 november 2005, 05/631 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen (hierna: College)


Datum uitspraak: 31 mei 2006

I. PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 14 maart 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.


Tegen de uitspraak van de Raad van 14 maart 2006 heeft appellant verzet gedaan.


Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 17 mei 2006, waar appellant en het College - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.


II. OVERWEGINGEN


De uitspraak van de Raad van 14 maart 2006 berust hierop, dat het voor het instellen van het hoger beroep verschuldigde griffierecht van € 103,-- niet binnen de daarvoor bij aangetekend verzonden brief van 15 december 2005 gestelde termijn van vier weken is voldaan en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.


In verzet heeft appellant aangevoerd dat hij, mede als gevolg van het grote aantal door hem aanhangig gemaakte procedures, niet in staat was en is om het griffierecht te voldoen.


De Raad stelt vast dat appellant binnen de bij de brief van 15 december 2005 gestelde termijn van vier weken op geen enkele wijze aan de Raad kenbaar heeft gemaakt dat sprake is van betalingsonmacht.


Reeds om die reden bestaat voor gegrondverklaring van het verzet geen aanleiding.


Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad evenmin aanleiding.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Verklaart het verzet ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Renden als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2006.


(get.) T.G.M. Simons.


(get.) M. Renden.