Centrale Raad van Beroep, 23-06-2006 / 04-6314 AKW


ECLI:NL:CRVB:2006:AX9556

Inhoudsindicatie
Weigering kinderbijslag. Svb dient nieuw besluit inzake het recht op kinderbijslag te nemen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2006-06-23
Publicatiedatum
2006-06-29
Zaaknummer
04-6314 AKW
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

04/6314 AKW


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 5 oktober 2004, 04/1219 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).


Datum uitspraak: 23 juni 2006

I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. A.A. van Harmelen, advocaat te ’s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.


De Svb heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 mei 2006. Appellant is verschenen met bijstand van

mr. A.A. van Harmelen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.C.J. van de Nes, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.


II. MOTIVERING


Bij het bestreden besluit van 9 februari 2004 heeft de Svb zijn besluit van 22 oktober 2003 gehandhaafd, waarbij aan appellant kinderbijslag is geweigerd over het vierde kwartaal van 2001 tot en met het derde kwartaal van 2002. De Svb heeft hiertoe overwogen dat de kinderen van appellant, Naime en Shqipe, in deze periode niet tot het huishouden van appellant behoorden. Evenmin zou appellant op eenvoudig controleerbare wijze aan de zogenoemde onderhoudseis hebben voldaan.


De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.


Naar aanleiding van de verklaring van appellant ter zitting van de Raad heeft de Svb zich alsnog op het standpunt gesteld dat er in de zomer van 2001 geen breuk is ontstaan in het huishouden van appellant en dat Naime en Shqipe in de periode waarover kinderbijslag is geweigerd onverminderd tot het huishouden van appellant zijn blijven behoren. De Raad onderschrijft dit oordeel.


Gelet hierop dienen de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit te worden vernietigd. De Svb dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van het bovenstaande.


De Raad acht termen aanwezig om op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht de Svb te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in eerste aanleg en op € 644,- voor verleende rechtsbijstand en € 16,80 voor reiskosten van appellant in hoger beroep.


Beslist wordt als volgt.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit;

Bepaalt dat de Svb een nieuw besluit neemt met inachtneming van het bovenstaande;

Veroordeelt de Svb in de proceskosten van appellant tot een bedrag groot € 1.304,80, te betalen door de Sociale verzekeringsbank aan de griffier van de Raad;

Bepaalt dat de Sociale verzekeringsbank aan appellant het betaalde griffierecht van € 139,- vergoedt.


Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P.H. Broier als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2006.


(get.). T.L. de Vries.


(get.) P.H. Broier.