Centrale Raad van Beroep, 24-08-2006 / 05-6792 WAO


ECLI:NL:CRVB:2006:AY7645

Inhoudsindicatie
Herziening WAO-dagloon. Is bij de vaststelling van het WAO-(vervolg)dagloon ten onrechte geen rekening is gehouden met de CAO-toeslag?
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2006-08-24
Publicatiedatum
2006-09-06
Zaaknummer
05-6792 WAO
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

05/6792 WAO


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 november 2005, kenmerk 05/3305 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen


appellant


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)







Datum uitspraak: 24 augustus 2006.

I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. P.H.A. Brauer, advocaat te Heerlen, hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2006. Namens appellant is verschenen mr. Brauer, voornoemd, en gedaagde heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M. van der Bent, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.



II. OVERWEGINGEN


Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat thans met het volgende.


Appellant werkte laatstelijk bij Volvo Car B.V. te Born. Het Uwv heeft bij besluit van

29 augustus 1988 aan appellant met ingang van 30 augustus 1988 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, waarbij het WAO-dagloon is vastgesteld op f 149,76. In dit besluit heeft appellant berust.


Bij brief van 14 mei 2002 is namens appellant verzocht om het dagloon alsnog te verhogen, waarbij onder meer is aangevoerd dat bij de vaststelling van het WAO-(vervolg)dagloon ten onrechte geen rekening is gehouden met de CAO-toeslag.


Bij besluit van 27 april 2004 heeft het Uwv het WAO-dagloon van appellant per

30 augustus 1988 verhoogd tot € 69,03. Daarbij is echter geen rekening gehouden met de CAO-toeslag. Bij het bestreden besluit van 8 april 2005 is het bezwaar ongegrond verklaard.


De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard.


In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt gehandhaafd.


De Raad overweegt als volgt.


Naar aanleiding van het verzoek van appellant van 14 mei 2002 is het Uwv teruggekomen van het besluit van 29 augustus 1988.


Zoals de Raad heeft overwogen in zijn uitspraak van 14 juli 2005 (LJN AU0008) is het terugkomen van besluiten die in rechte onaantastbaar zijn geworden een bevoegdheid en kan de wijze waarop van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt door de rechter slechts terughoudend worden beoordeeld. Een toetsing ten volle zou zich niet verdragen met de dwingendrechtelijk voorgeschreven termijn(en) voor het instellen van rechtsmiddelen in het bestuursrecht.

Voorts heeft de Raad in die uitspraak overwogen dat degene die verlangt dat teruggekomen wordt van het eerdere besluit uiterlijk in de bezwaarfase het bewijs dient te leveren van zijn stellingen.


De Raad stelt vast dat appellant niet heeft aangetoond dat hij ten tijde hier van belang een CAO-toeslag heeft ontvangen. De door appellant overgelegde overzichten acht de Raad, mede gelet op het karakter van de hier aan de orde zijnde procedure en de op appellant rustende bewijslast, onvoldoende bewijs.


Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C.M.T. Kruls als griffier, uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2006.




(get.) G. van der Wiel.




(get.) C.M.T. Kruls.




JK/1786