Centrale Raad van Beroep, 20-02-2009 / 07-5186 WAO


ECLI:NL:CRVB:2009:BH3752

Inhoudsindicatie
Herziening WAO-uitkering. De Raad neemt in aanmerking dat de verzekeringsartsen op de hoogte waren van appellants klachten en met deze klachten ook rekening gehouden hebben bij het vaststellen van de functionele mogelijkheden van appellant. Appellant heeft geen informatie overlegd die aanleiding geeft tot twijfel aan de bevindingen van de verzekeringsartsen inzake de belastbaarheid.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2009-02-20
Publicatiedatum
2009-02-23
Zaaknummer
07-5186 WAO
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

07/5186 WAO



Centrale Raad van Beroep



Enkelvoudige kamer



U I T S P R A A K



op het hoger beroep van:


[appellant] (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 23 juli 2007, 07/75 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).



Datum uitspraak: 20 februari 2009



I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. L.J. van der Veen, advocaat te Groningen, hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 januari 2009. Namens appellant is verschenen mr. Van der Veen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P. Belopavlovic.



II. OVERWEGINGEN


1. Voor een uitvoerig overzicht van de voor dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daaromtrent in de aangevallen uitspraak heeft weergegeven.


2.1. Bij bestreden besluit van 8 december 2006 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, welke laatstelijk werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 30 augustus 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.


2.2. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat appellant met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geduide functies.


3. De Raad kan de rechtbank volgen in haar oordeel dat op grond van de stukken kan worden aangenomen dat de (bezwaar)verzekeringsartsen bij appellant niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. De Raad neemt in aanmerking dat de verzekeringsartsen op de hoogte waren van appellants klachten en met deze klachten ook rekening gehouden hebben bij het vaststellen van de functionele mogelijkheden van appellant.


4. Voorts heeft appellant ook in hoger beroep geen informatie overlegd die de Raad aanleiding geeft tot twijfel aan de bevindingen van de verzekeringsartsen inzake zijn belastbaarheid op de datum in geding 30 augustus 2006.


5. Het hoger beroep slaagt niet.


6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2009.



(get.) R.C. Stam.



(get.) A.C. Palmboom.




KR