Centrale Raad van Beroep, 14-08-2009 / 08-204 WAO


ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5409

Inhoudsindicatie
Herziening WAO-uitkering. Nu het Uwv bij brief van 2 juli 2009 de Raad heeft meegedeeld dat het in het bestreden besluit vervatte standpunt niet langer wordt onderschreven en dat besloten is appellante ingaande 27 september 2006, de in geding zijnde datum, doorlopend voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt aan te merken, oordeelt de Raad dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient derhalve te worden vernietigd.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2009-08-14
Publicatiedatum
2009-08-18
Zaaknummer
08-204 WAO
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

08/204 WAO


Centrale Raad van Beroep


Meervoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Naam appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),


tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 28 november 2007, 07/89 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellante


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 14 augustus 2009


I. PROCESVERLOOP


Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Namens haar zijn de gronden van het hoger beroep ingediend door A.K. Wildeboer, werkzaam bij Ango Noord te Groningen.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Namens appellante is meerdere malen aanvullende medische informatie ingezonden.


Het Uwv heeft daarop steeds gereageerd.


De Raad heeft een vraag gesteld aan het Uwv.


Het Uwv heeft daarop gereageerd met toezending van een rapport van 6 mei 2009 van H.F. Westerman, bezwaararbeidsdeskundige.


Hierop is namens appellante bij brief van 26 mei 2009 gereageerd.


Bij brief van 2 juli 2009 heeft het Uwv de Raad bericht dat appellante ingaande 27 september 2006 doorlopend voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is aan te merken.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 juli 2009. Partijen zijn – het Uwv met bericht – niet verschenen.


II. OVERWEGINGEN


1.1. Appellante is in 2000 met linker handklachten uitgevallen voor haar werk als verkoopster gedurende 30 uur per week. Ingaande 29 april 2001 is aan appellante een uitkering krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.


1.2. Bij besluit van 3 augustus 2006 is deze uitkering, na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, ingaande 27 september 2006 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Hieraan ligt ten grondslag dat appellante haar oorspronkelijke werk nog niet (volledig) kon doen, maar wel geschikt werd geacht voor gangbaar werk.


1.3. Bij besluit op bezwaar van 28 november 2006 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 3 augustus 2006 ongegrond verklaard.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Tevens heeft de rechtbank aanvullende beslissingen gegeven ter zake van proceskosten en griffierecht.


3. Het hoger beroep van appellante richt zich (uitsluitend) tegen het in stand laten door de rechtbank van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit.


4. Bij besluit van 11 juli 2008 is de aan appellante verstrekte WAO-uitkering ingaande 18 april 2008 verhoogd en gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.


5. Nu het Uwv bij brief van 2 juli 2009 de Raad heeft meegedeeld dat het in het bestreden besluit vervatte standpunt niet langer wordt onderschreven en dat besloten is appellante ingaande 27 september 2006, de in geding zijnde datum, doorlopend voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt aan te merken, oordeelt de Raad dat het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient derhalve te worden vernietigd.


6. Van voor vergoeding op grond van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in aanmerking komende proceskosten van appellante is niet gebleken.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;

Bepaalt dat het Uwv aan appellante het betaalde griffierecht van € 106,- vergoedt.


Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en R. Kruisdijk als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2009.


(get.) J.W. Schuttel.


(get.) J.M. Tason Avila.

EV