Centrale Raad van Beroep, 01-09-2009 / 08-284 WWB + 08-285 WWB


ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8223

Inhoudsindicatie
Waarschuwing in verband met schending inlichtingenverplichting. Sedert het op 17 mei 2006 verzonden besluit, waarbij het College appellanten een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven, is inmiddels meer dan twee jaar verstreken. Dit betekent dat, gelet op de periode van twee jaar als genoemd in artikel 11 van de Afstemmingsverordening, de gegeven waarschuwing niet meer tot voor appellanten nadelige gevolgen kan leiden. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat thans overigens nog een procesbelang aanwezig is bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2009-09-01
Publicatiedatum
2009-09-23
Zaaknummer
08-284 WWB + 08-285 WWB
Procedure
Hoger beroep

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

08/284 WWB

08/285 WWB


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Appellant 1] en [Appellant 2], beiden wonende te [woonplaats] (hierna: appellanten),


tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 30 november 2007, 06/2153 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellanten


en


het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht (hierna: College)


Datum uitspraak:1 september 2009.


I. PROCESVERLOOP


Namens appellanten heeft mr. F.Y. Gans, advocaat te Maastricht, hoger beroep ingesteld.


Het College heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 augustus 2009. Appellanten zijn niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door P.H.J.M. Kalmar, werkzaam bij de gemeente Maastricht.


II. OVERWEGINGEN


1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1. Aan appellanten is met ingang van 1 maart 2006 bijstand toegekend op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 12 mei 2006, verzonden 17 mei 2006, heeft het College appellanten een schriftelijke waarschuwing gegeven omdat zij niet aan de op hen rustende inlichtingenverplichting hebben voldaan.


1.2. Bij besluit van 19 september 2006 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 12 mei 2006 ongegrond verklaard.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - met een bepaling omtrent griffierecht - het beroep tegen het besluit van 19 september 2006 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en, met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de in geding zijnde waarschuwing niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.


3.1. Appellanten hebben zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.


3.2. Het College heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake (meer) is van enig procesbelang van appellanten.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1. Met betrekking tot de vraag of appellanten thans nog belang hebben bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak overweegt de Raad het volgende.


4.2. Ingevolge artikel 11 van de Afstemmingsverordening WWB 2005 van de gemeente Maastricht (hierna: Afstemmingsverordening) kan van het opleggen van een maatregel als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a, van de Afstemmingsverordening worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing ter zake van het niet binnen de daartoe gestelde termijn verstrekken van informatie, tenzij het te laat verstrekken van inlichtingen plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven.


4.3. De Raad stelt vast dat sedert het op 17 mei 2006 verzonden besluit, waarbij het College appellanten een schriftelijke waarschuwing heeft gegeven, inmiddels meer dan twee jaar is verstreken. Dit betekent dat, gelet op de periode van twee jaar als genoemd in artikel 11 van de Afstemmingsverordening, de gegeven waarschuwing niet meer tot voor appellanten nadelige gevolgen kan leiden. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat thans overigens nog een procesbelang aanwezig is bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak.


4.4. Uit hetgeen is overwogen in 4.3 vloeit voort dat het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.


5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 september 2009.


(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.



(get.) I. Mos.


IA