Centrale Raad van Beroep, 03-12-2009 / 08-4860 AOW


ECLI:NL:CRVB:2009:BK5309

Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2009-12-03
Publicatiedatum
2009-12-04
Zaaknummer
08-4860 AOW
Procedure
Herziening

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

08/4860 AOW



Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


als bedoeld in artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet op het verzoek om herziening van:


[vVerzoeker], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: verzoeker),


tegen de uitspraak van de Raad van 8 mei 2008, 06/5575


in het geding tussen:


verzoeker


en


de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).


Datum uitspraak: 3 december 2009


I. PROCESVERLOOP


Bij uitspraak van 14 juli 2006, 05/5195 (hierna: uitspraak 1) heeft de Raad de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2005, 04/1127 bevestigd.


Bij uitspraak van 8 mei 2008, 06/5575 (hierna: uitspraak 2) heeft de Raad het verzoek om herziening van uitspraak 1 afgewezen. Verzoeker heeft bij brief van 19 mei 2008 verzocht om herziening van uitspraak 2.


Het verzoek is behandeld ter zitting van de Raad op 22 oktober 2009. Verzoeker is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. K. Verbeek.


II. OVERWEGINGEN


1.1. De Raad leest het verzoek om herziening van uitspraak 2 aldus dat het beoogt een herziening van uitspraak 1 te bewerkstelligen. De Raad overweegt ten aanzien van het verzoek om herziening als volgt.


1.2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die: a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak; b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.


2.1. Verzoeker heeft aan het verzoek om herziening onder meer ten grondslag gelegd dat de Raad in uitspraak 1 een onjuiste beslissing heeft genomen aangezien hij van mening is recht te hebben op een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet. Voorts heeft verzoeker naar voren gebracht dat hij in een slechte financiële situatie verkeert.


2.2. Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003 (LJN AN7982), is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb in verbinding met artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. De Raad is niet gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, naar voren heeft gebracht.


2.3. Voor het geval verzoeker beoogd heeft herziening te vragen van uitspraak 2 merkt de Raad op dat hij al eerder heeft beslist in zijn uitspraak van 18 mei 2006 (LJN AX6446) dat een verzoek om herziening van een reeds eerder met toepassing van artikel 8:88 van de Awb gewezen uitspraak als zinloos en dus als in het systeem van de Awb niet passend wordt beschouwd, omdat immer van een oorspronkelijke uitspraak herziening kan worden gevraagd als de in dat artikel genoemde omstandigheden zich voordoen.


3. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Wijst het verzoek om herziening af.


Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2009.


(get.) H.J. de Mooij.


(get.) W. Altenaar.


RB


III. DÉCISION


La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale);


statue:


Rejète la demande de révision.



Par conséquent, décidée par H.J. de Mooij, en présence de W. Altenaar en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 3 Decembre 2009.