Centrale Raad van Beroep, 26-11-2009 / 08-3337 AW


ECLI:NL:CRVB:2009:BK6605

Inhoudsindicatie
Ongeschiktheidsontslag. De Raad merkt vooreerst op dat, anders dan appellant meent, in dit geding niet ter beoordeling staat of de vertegenwoordigers van het college te goeder trouw gehandeld hebben in de ontslagprocedure tegen zijn partner, maar of hij zelf, gelet op zijn gedragingen, er blijk van heeft gegeven niet de geschiktheid te bezitten om zijn functie op het gemeentearchief op goede wijze te vervullen. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank dat appellant er blijk van heeft gegeven dat hij zijn positie als ambtenaar en de hiërarchische verhoudingen binnen de gemeente heeft miskend en onderschrijft in grote lijnen de motivering op grond waarvan de rechtbank tot dit oordeel is gekomen. Appellant heeft zijn rol als ambtenaar en zijn rol als partner en belangenbehartiger van betrokkene niet weten te scheiden en zich niet los kunnen maken van zijn grieven jegens de leidinggevende in de ontslagprocedure van betrokkene.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2009-11-26
Publicatiedatum
2009-12-15
Zaaknummer
08-3337 AW
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

08/3337 AW



Centrale Raad van Beroep



Meervoudige kamer



U I T S P R A A K



op het hoger beroep van:


[appellant], (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 25 april 2008, 07/4124 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Roosendaal (hierna: college)



Datum uitspraak: 26 november 2009



I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.


Het college heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2009. Appellant is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.C.M. de Roover, advocaat te ’s-Hertogenbosch, en drs. J.M.W. Hopstaken, werkzaam bij de gemeente Roosendaal.



II. OVERWEGINGEN


1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1. Appellant was vanaf 1 mei 1996 werkzaam bij de toenmalige gemeente Roosendaal en Nispen, die op 1 januari 1997 is opgegaan in de gemeente Roosendaal, als archivist bij het gemeentearchief. Op 1 december 1997 is G, de partner van appellant, in dienst getreden bij de gemeente Roosendaal. Zij was eveneens werkzaam bij het gemeentearchief.


1.2. Op 21 januari 2005 heeft H, het afdelingshoofd van het gemeentearchief, aan G meegedeeld dat het voornemen bestaat haar te ontslaan en dat haar in afwachting hiervan buitengewoon verlof wordt verleend met behoud van bezoldiging. Hierna is G door het college bij besluit van 19 mei 2005 per 1 juni 2005 ontslagen. Het hiertegen door G gemaakte bezwaar is bij besluit van 13 december 2005 ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft G een (hoger)beroepsprocedure gevoerd. Appellant trad in deze procedures op als haar gemachtigde. De Raad heeft bij uitspraak van 1 november 2007 (LJN BB8072) het besluit van 13 december 2005 vernietigd en het besluit van 19 mei 2005 herroepen.


1.3. Naar aanleiding van de onder 1.2 vermelde door H aan G gedane mededelingen heeft appellant zich per 24 januari 2005 ziek gemeld, waarbij hij heeft aangegeven zich niet in staat te achten nog langer samen te werken met H. Nadat appellant hersteld was verklaard, heeft hij met ingang van 31 mei 2005 werkzaamheden verricht bij een andere afdeling binnen de gemeente Roosendaal. In oktober 2005 is appellant teruggekeerd naar het gemeentearchief. Vanaf 1 mei 2006 is appellant gedetacheerd geweest bij de gemeente Bergen op Zoom voor 20 uur per week. Nadat deze detachering was beëindigd, heeft op 7 december 2006 een gesprek plaatsgevonden tussen appellant en H waarbij de detachering is geëvalueerd.


1.4. Op 2 januari 2007 heeft H van appellant een brief ontvangen, waarin onder meer is vermeld dat H als leidinggevende zijn werknemers als oud vuil behandelt, hen hun rechten ontzegt, tegen een rechter heeft gelogen om een ontslag door te zetten, en een leugenaar en een huichelaar is, voor wie hij geen greintje respect heeft.

Naar aanleiding hiervan heeft het college appellant per 9 januari 2007 geschorst. Op 17 januari 2007 heeft appellant mondeling verantwoording afgelegd over de brief van 2 januari 2007. Op 8 februari 2007 heeft het college aan appellant het voornemen kenbaar gemaakt om hem met ingang van 1 augustus 2007 ontslag te verlenen op grond van artikel 8:6, eerste lid, van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Roosendaal wegens ongeschiktheid voor zijn functie anders dan wegens ziekten of gebreken. Nadat appellant bij brief van 17 februari 2007 op dit voornemen zijn zienswijze had gegeven, heeft het college daaraan bij besluit van 28 maart 2007 uitvoering gegeven.


1.5. Bij besluit van 17 augustus 2007 (hierna: bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 28 maart 2007 ongegrond verklaard. Hieraan is ten grondslag gelegd dat appellant, gezien zijn functioneren, houding en gedrag, ongeschikt is voor zijn functie.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. Appellant heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat de toon van de brief van 2 januari 2007 weliswaar alle perken te buiten gaat en dat dit hem kan worden toegerekend, maar dat hij nog steeds achter de strekking van deze brief staat en dat hij de inhoud ervan niet terugneemt. Hierbij heeft appellant uitgebreid het verloop van de ontslagprocedure van G uiteengezet en de rol die H daarin volgens appellant heeft gespeeld.


4. De Raad overweegt naar aanleiding hiervan het volgende.


4.1. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld CRvB 6 januari 2005, LJN AS2575) moet ongeschiktheid - zich uitend in het ontbreken van eigenschappen, mentaliteit en instelling die voor het op goede wijze vervullen van de functie vereist zijn - worden aangetoond aan de hand van concrete gedragingen van de ambtenaar.


4.2. De Raad merkt vooreerst op dat, anders dan appellant meent, in dit geding niet ter beoordeling staat of de vertegenwoordigers van het college te goeder trouw gehandeld hebben in de ontslagprocedure tegen zijn partner, maar of hij zelf, gelet op zijn gedragingen, er blijk van heeft gegeven niet de geschiktheid te bezitten om zijn functie op het gemeentearchief op goede wijze te vervullen.


4.3. De Raad deelt het oordeel van de rechtbank dat appellant er blijk van heeft gegeven dat hij zijn positie als ambtenaar en de hiërarchische verhoudingen binnen de gemeente heeft miskend en onderschrijft in grote lijnen de motivering op grond waarvan de rechtbank tot dit oordeel is gekomen. Appellant heeft zijn rol als ambtenaar en zijn rol als partner en belangenbehartiger van G niet weten te scheiden en zich niet los kunnen maken van zijn grieven jegens H in de ontslagprocedure van G. Hierbij wijst de Raad erop dat appellant gedurende de bezwaar- en (hoger)beroepsprocedure bij herhaling heeft aangegeven, waaronder ter zitting van de Raad, dat hij achter de inhoud van de brief van 2 januari 2007 is blijven staan. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat het college zich op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat appellant niet beschikt over de eigenschappen, mentaliteit en instelling die vereist zijn voor het op goede wijze vervullen van zijn functie.


5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep van appellant niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


6. De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van K. Moaddine als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 november 2009.



(get.) H.A.A.G. Vermeulen.



(get.) K. Moaddine.




HD