Centrale Raad van Beroep, 16-12-2009 / 07-2428 ZW


ECLI:NL:CRVB:2009:BK6991

Inhoudsindicatie
Geen recht meer op ziekengeld. Gelet op het door appellant in hoger beroep ingebrachte rapport van 23 mei 2008 van psychiater M. Kazemier, heeft de Raad aanleiding gezien psychiater B.J. van Eyk om advies te vragen. In zijn rapport van 13 april 2009 komt deze deskundige tot de conclusie dat bij appellant ten tijde van het onderzoek en op de datum in geding sprake was van een ernstige vorm van aanpassingsproblematiek en integratieproblematiek met passief regressieve kenmerken, maar geen sprake van een ziekte of gebrek in psychiatrische zin. Volgens de deskundige waren er op psychiatrisch gebied geen redenen tot arbeidsongeschiktheid.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2009-12-16
Publicatiedatum
2009-12-18
Zaaknummer
07-2428 ZW
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

07/2428 ZW


Centrale Raad van Beroep


Meervoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 3 april 2007, 06/3405 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 16 december 2009


I. PROCESVERLOOP



Namens appellant heeft mr. A.J. Wintjes, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Op verzoek van de Raad heeft B.J. van Eyk, psychiater te Oosterhout, op 13 april 2009 als deskundige van verslag en advies gediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 juni 2009.

Appellant is verschenen bij gemachtigde mr. Wintjes. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.C. Geldof.


Omdat de Raad van oordeel was dat het onderzoek niet volledig is geweest, is dit heropend.


Het geding is opnieuw behandeld ter zitting van de Raad op 4 november 2009, waar namens appellant is verschenen mr. Wintjes. Het Uwv heeft zich daar niet laten vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN


1.1. Appellant, die laatstelijk heeft gewerkt in de paprikateelt, heeft zich op 27 februari 2005 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet in verband met psychische klachten ziek gemeld.


1.2. Bij besluit van 24 mei 2006 is aan appellant meegedeeld dat hem met ingang van 29 mei 2006 geen ziekengeld meer werd uitgekeerd, omdat hij op en na deze datum niet meer wegens ziekte of gebreken ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.


2. Bij besluit van 28 juli 2006 (hierna: het bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 24 mei 2006 ongegrond verklaard.


3.1. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en dit besluit wegens schending van artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vernietigd. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat appellant weliswaar op 28 februari 2007 alsnog is gehoord, maar dat het Uwv ten onrechte in de bezwaarfase, voordat op appellants bezwaar werd beslist, van het horen van appellant had afgezien.


3.2. De rechtbank heeft verder bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven, omdat naar het oordeel van de rechtbank er geen reden was om aan de juistheid van de medische beoordeling van de (bezwaar)verzekeringsartsen per 29 mei 2006 te twijfelen.


4. Het hoger beroep van appellant is gericht tegen het onder 3.2 vermelde oordeel van de rechtbank.


5.1. Gelet op het door appellant in hoger beroep ingebrachte rapport van 23 mei 2008 van psychiater M. Kazemier, heeft de Raad aanleiding gezien psychiater B.J. van Eyk voornoemd om advies te vragen. In zijn rapport van 13 april 2009 komt deze deskundige tot de conclusie dat bij appellant ten tijde van het onderzoek en op de datum in geding, 29 mei 2006, sprake was van een ernstige vorm van aanpassingsproblematiek en integratieproblematiek met passief regressieve kenmerken, maar geen sprake van een ziekte of gebrek in psychiatrische zin. Volgens de deskundige waren er op psychiatrisch gebied geen redenen tot arbeidsongeschiktheid.


5.2. Naar aanleiding van het door de psychiater Kazemier voornoemd bij brief van 5 juni 2009 geleverde commentaar heeft de Raad het onderzoek heropend. Vervolgens heeft voornoemde deskundige desgevraagd bij brief van 5 juli 2009 uiteengezet geen reden te zien terug te komen van zijn conclusie. Het nadere commentaar van 3 augustus 2009 van psychiater Kazemier, heeft de deskundige blijkens zijn brief van 22 augustus 2009 niet tot een ander standpunt gebracht.


5.3. In vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat de Raad het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel pleegt te volgen. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken is de Raad niet gebleken. Met name doet zich niet de situatie voor dat uit de reactie van die deskundige op een andersluidend oordeel van een door een partij ingeschakelde medicus blijkt dat de deskundige zijn eigen oordeel niet serieus heeft heroverwogen. De nadere brief van 21 september 2009 van psychiater Kazemier bevat naar het oordeel van de Raad slechts een herhaling van diens eerder ingenomen standpunt, zodat de Raad daarin geen reden ziet voor een ander oordeel.


5.4. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 tot en met 5.3 volgt dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.


6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.


Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en B.W.N. de Waard als leden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2009.


(get.) Ch. van Voorst.


(get.) J.M. Tason Avila.


EK