Centrale Raad van Beroep, 08-03-2011 / 09-5790 WWB


ECLI:NL:CRVB:2011:BP8134

Inhoudsindicatie
Terugvordering voorschot op bijstandsuitkering is terecht. Ingevolge artikel 58, eerste lid, aanhef en onder d, van de WWB kan het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend de kosten van bijstand terugvorderen, voor zover de bijstand ingevolge artikel 52 bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat. Aan deze voorwaarden is voldaan. Draagkracht niet bepalend voor het antwoord op de vraag of tot terugvordering mag worden overgegaan.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2011-03-08
Publicatiedatum
2011-03-18
Zaaknummer
09-5790 WWB
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

09/5790 WWB


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),


tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2009, 08/4587 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellante


en


het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)


Datum uitspraak: 8 maart 2011


I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. D. van der Wal, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.


Het College heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de gedingen met reg.nrs. 08/7239 WWB en 09/5938 WWB, plaatsgevonden op 25 januari 2011. Appellante is, met bericht, niet verschenen. Het College heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. drs. A.C. van Helvoort, werkzaam bij de gemeente Amsterdam. Na de gevoegde behandeling ter zitting zijn de gedingen weer gesplitst. In deze zaak wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.


II. OVERWEGINGEN


1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1. Appellante heeft op 2 mei 2008 een aanvraag om bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend. Bij besluit van 4 juni 2008 heeft het College op verzoek van appellante aan haar een voorschot van € 697,38 toegekend. Daarbij is vermeld dat in het geval appellante geen recht heeft op bijstand het voorschot moet worden terugbetaald.


1.2. Bij besluit van 27 juni 2008, dat na gemaakt bezwaar is gehandhaafd bij besluit van 25 september 2008, is deze aanvraag om bijstand afgewezen. Dit besluit is met de uitspraak van de Raad van heden, 09/5938 WWB, in rechte onaantastbaar geworden.


1.3. Bij besluit van 19 augustus 2008 heeft het College het eerder verstrekte voorschot van appellante teruggevorderd en bepaald dat met ingang van 1 september 2008 maandelijks € 100,-- op de vordering moet worden afgelost.


1.4. Bij besluit van 13 november 2008 is het tegen het besluit van 19 augustus 2008 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft appellante beroep ingesteld. Bij besluit van 4 december 2008 heeft het College het besluit van 13 november 2008 in die zin gewijzigd dat het af te lossen bedrag vooralsnog op nihil is gesteld.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 13 november 2008 mede geacht te zijn gericht tegen het besluit van 4 december 2008 en dit beroep ongegrond verklaard.


3. Appellante heeft zich gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd voor zover deze betrekking heeft op de terugvordering van het voorschot. Daarbij is aangevoerd dat gelet op het door haar ingestelde hoger beroep in de zaak 09/5938 WWB ten tijde van het besluit op bezwaar niet (definitief) is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat, zodat de grondslag voor terugvordering ontbreekt. Tevens is aangevoerd dat appellante geen inkomsten heeft en dus de middelen niet heeft om het verleende voorschot terug te betalen.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1. Ingevolge artikel 58, eerste lid, aanhef en onder d, van de WWB kan het college van de gemeente die de bijstand heeft verleend de kosten van bijstand terugvorderen, voor zover de bijstand ingevolge artikel 52 bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat.


4.2. De Raad is van oordeel dat aan deze voorwaarden is voldaan. Dat het besluit van 27 juni 2008 tot afwijzing van de aanvraag om bijstand ten tijde van de besluiten van 13 november 2008 en 4 december 2008 tot terugvordering van het verleende voorschot nog niet in rechte vast stond - wat sinds de onder 1.2 vermelde uitspraak van de Raad van heden overigens wel het geval is - doet daaraan niet af, nu ingevolge artikel 6:16 van de Algemene wet bestuursrecht het bezwaar of beroep niet de werking van het besluit waartegen het is gericht schorst en bij of krachtens wettelijk voorschrift niet anders is bepaald. Anders dan door appellante wordt gesteld is haar draagkracht niet bepalend voor het antwoord op de vraag of tot terugvordering mag worden overgegaan.


4.3. Het voorgaande betekent dat het College bevoegd was het verstrekte voorschot van appellante terug te vorderen. In hetgeen appellante heeft aangevoerd ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat het College bij afweging van de hierbij rechtstreeks betrokken belangen in redelijkheid geen gebruik heeft kunnen maken van zijn bevoegdheid tot terugvordering. De Raad merkt daarbij nog op dat appellante wist, althans kon weten, dat het voorschot bij niet toekenning van bijstand moest worden terugbetaald.


4.4. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.


5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.


Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van J.R.K.A.M. Waasdorp als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2011.


(get.) J.F. Bandringa.


(get.) J.R.K.A.M. Waasdorp.


HD