Centrale Raad van Beroep, 22-04-2011 / 10/3857 WW


ECLI:NL:CRVB:2011:BQ2708

Inhoudsindicatie
Vaststelling dagloon. Het Uwv is terecht uitgegaan van de woensdag als vaste vrije dag. Het dagloon is correct berekend ingevolge het bepaalde in artikel 45 van de WW en artikel 6 van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. Niet is gebleken van strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2011-04-22
Publicatiedatum
2011-04-27
Zaaknummer
10/3857 WW
Procedure
Hoger beroep


Wetsverwijzing

Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

10/3857 WW


Centrale Raad van Beroep


Meervoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 juni 2010, 10/760 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 22 april 2011


I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. P.F.M. Gulickx, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2011.

Voor appellant is verschenen mr. Gulickx. Het Uwv was vertegenwoordigd door mr. M.W.L. Clemens.


II. OVERWEGINGEN


1.1. Naar aanleiding van de aanvraag van appellant van 16 november 2009 om een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) heeft het Uwv hem bij besluit van 3 december 2009 een WW-uitkering toegekend met ingang van 19 november 2009. Daarbij is voorts vastgesteld dat de hoogte van de uitkering wordt gebaseerd op een dagloon van € 59,51.


1.2. Het Uwv heeft het door appellant hiertegen gemaakte bezwaar bij besluit van 9 februari 2010 ongegrond verklaard.


2.1. In beroep heeft appellant aangevoerd dat hij met ingang van 18 november 2009 recht heeft op een WW-uitkering. Het dienstverband van 32 uur per week liep tot en met 17 november 2009, zodat de eerste werkloosheidsdag valt op woensdag 18 november 2009. Het Uwv gaat er ten onrechte vanuit dat hij op woensdagen gewoonlijk geen arbeid verrichtte. De vrije dag was uitwisselbaar en doorgaans op donderdag gelegen. Verder heeft appellant aangevoerd dat het dagloon te laag is vastgesteld omdat het Uwv bij de berekening ten onrechte is uitgegaan van 150 dagen in plaats van 118 gewerkte dagen.


2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het besluit van 9 februari 2010 ongegrond verklaard. Het Uwv heeft naar het oordeel van de rechtbank de eerste werkloosheidsdag terecht bepaald op donderdag 19 november 2009. Daartoe is overwogen dat uit een e-mail van 5 februari 2010 van WerkNu is gebleken dat de bij indiensttreding afgesproken vrije dag op de donderdag nadien is veranderd in de woensdag in verband met gezinsomstandigheden, en appellant vanaf 23 september 2009 op presentielijsten staat met zijn vrije dag op de woensdag. Nu appellant geen tegenbewijs heeft geleverd, is het Uwv terecht uitgegaan van de woensdag als vaste vrije dag. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat het dagloon correct is berekend ingevolge het bepaalde in artikel 45 van de WW en artikel 6 van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen (hierna: Besluit). Overwogen is dat het bij de toepassing van artikel 6 van het Besluit niet om het aantal gewerkte dagen gaat maar om het aantal dagloondagen, zijnde de maandag tot en met de vrijdag. De aan de orde zijnde periode omvat 150 dagloondagen. Ten slotte heeft de rechtbank overwogen dat niet gebleken is van strijd met het zorgvuldigheids- of motiveringsbeginsel.


3.1. In hoger beroep heeft appellant volstaan met een herhaling van hetgeen door hem reeds in beroep is aangevoerd. Nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht. De Raad is van oordeel dat de rechtbank die gronden op juiste wijze heeft besproken en op juiste wijze heeft gemotiveerd waarom die gronden niet slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank.


3.2. De Raad voegt daar nog aan toe dat appellant in zijn aanvraag van 16 november 2009 om toekenning van een WW-uitkering heeft opgegeven dat op de woensdag door hem niet wordt gewerkt. Verder merkt de Raad, onder verwijzing naar zijn uitspraak van 29 mei 2008, LJN BD3213, op dat het bij de toepassing van artikel 6 van het Besluit gaat om het aantal dagloondagen vanaf de start van de werkzaamheden tot en met de einddatum van het refertejaar en het daarbij niet van belang is dat niet op alle dagloondagen is gewerkt.


4. Uit hetgeen onder 3.1 en 3.2 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen als voorzitter en G. van der Wiel en J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2011.


(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.


(get.) T.J. van der Torn.



EK