Centrale Raad van Beroep, 27-05-2011 / 08-4318 WAO


ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6458

Inhoudsindicatie
Herziening WAO-uitkering. Zorgvuldig medisch onderzoek. Belastbaarheid niet overschat. Voldoende toegelicht dat de belasting in geduide functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2011-05-27
Publicatiedatum
2011-05-31
Zaaknummer
08-4318 WAO
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

08/4318 WAO


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 3 juli 2008, 07/9221 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 27 mei 2011


I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. G.Th.J. Bos, advocaat, hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven een onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten. Gelet op de verleende toestemming heeft de Raad het onderzoek gesloten.



II. OVERWEGINGEN


1.1. Appellant was laatstelijk werkzaam als vakman kabels. Voor deze werkzaamheden is hij op 17 juni 1997 uitgevallen wegens psychische klachten na het overlijden van zijn broer.


1.2. Na het doorlopen van de wettelijke wachttijd is aan appellant met ingang van 15 juni 1998 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) toegekend, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.


1.3. Bij besluit van 23 februari 2007 is de WAO-uitkering van appellant met ingang van 15 april 2007 herzien naar de arbeidsongeschiktheidsklasse 15 tot 25%.


2. Bij besluit van 29 oktober 2007 (hierna: bestreden besluit) is het bezwaar van appellant tegen het besluit van 23 februari 2007 gegrond verklaard, in die zin dat de WAO-uitkering van appellant met ingang van 15 april 2007 is vastgesteld in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 25 tot 35%.


3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank - kort samengevat - overwogen dat het medisch onderzoek zorgvuldig is geweest en dat het besluit op een juiste medische grondslag berust. Met betrekking tot de door appellant overgelegde brief van de huisarts van 22 juni 2007 heeft de rechtbank overwogen dat uit het huisartsenjournaal blijkt dat appellant zich pas na het besluit van 23 februari 2007 - kortdurend - onder behandeling heeft gesteld. Daarvoor was hij gedurende enkele jaren niet onder behandeling. Op basis van deze gegevens kon de bezwaarverzekeringsarts naar het oordeel van de rechtbank concluderen dat bij appellant geen sprake is van een ernstige depressieve stoornis. Ten aanzien van de arbeidskundige grondslag heeft de rechtbank geen aanknopingspunten gezien om de aan de schatting ten grondslag gelegde functies in medisch opzicht voor appellant ongeschikt te achten.


4. Het hoger beroep van appellant is gericht tegen de medische grondslag van het bestreden besluit. In hoger beroep heeft appellant zijn eerder ingenomen standpunt herhaald dat het Uwv de beperkingen ten gevolge van zijn psychische klachten heeft onderschat. Tevens heeft het Uwv onvoldoende rekening gehouden met zijn lichamelijke klachten; appellant is tweemaal aan zijn rug geopereerd en kan daardoor niet lang lopen en staan.


5.1. De Raad overweegt als volgt.


5.2. De Raad heeft geen aanleiding gezien over de medische grondslag van het bestreden besluit een ander oordeel te geven dan de rechtbank. Evenals de rechtbank is de Raad van oordeel dat de medische grondslag berust op een zorgvuldig onderzoek. Tevens ziet de Raad geen grond voor het oordeel dat het Uwv de belastbaarheid van appellant heeft overschat. Met de rechtbank en op grond van dezelfde overwegingen is de Raad van oordeel dat bezwaarverzekeringsarts P. Momberg in haar rapportage van 1 oktober 2007 afdoende heeft gemotiveerd waarom de brief van de huisarts van 22 juni 2007 geen aanleiding geeft om appellant meer dan wel ernstiger beperkt te achten ten gevolge van zijn psychische klachten. Evenmin ziet de Raad aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv de fysieke belastbaarheid van appellant heeft overschat. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat bezwaarverzekeringsarts Momberg de door appellant in de bezwaarfase overgelegde informatie van een radioloog uit Frankrijk bij haar beoordeling heeft betrokken. Naar aanleiding van deze gegevens heeft de bezwaarverzekeringsarts appellant tijdens een spreekuur onderzocht en de Functionele Mogelijkheden Lijst op een aantal punten aangepast. Tot slot overweegt de Raad dat appellant in hoger beroep geen nadere medische informatie heeft overgelegd die een ander licht werpt op zijn medische situatie op de datum in geding.


5.3. Uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, heeft de Raad geen grond om te oordelen dat de aan de schatting ten grondslag gelegde functies voor appellant in medisch opzicht niet geschikt te achten zijn. Met het arbeidskundige rapport van 24 oktober 2007 heeft het Uwv naar het oordeel van de Raad voldoende toegelicht dat de belasting in genoemde functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijdt.


5.4. Uit de overwegingen 5.2 en 5.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.


6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van C. van der Werk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2011.


(get.) J.W. Schuttel.


(get.) C. van der Werk.


TM