Centrale Raad van Beroep, 26-05-2011 / 10-801 WUV


ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7156

Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek de grondslag van de uitkering te herzien. Geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2011-05-26
Publicatiedatum
2011-06-07
Zaaknummer
10-801 WUV
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

10/801 WUV


Centrale Raad van Beroep


Meervoudige kamer


U I T S P R A A K


in het geding tussen:


[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),


en


de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad, thans de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna verweerder)


Datum uitspraak: 26 mei 2011


I. PROCESVERLOOP


Het geding, dat aanvankelijk is gevoerd door de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR), is in verband met een wijziging van taken, zoals neergelegd in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen (Wet van 15 april 2010, Stb. 2010, 182), voortgezet door de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van verweerder wordt daaronder in voorkomend geval (mede) verstaan de - voormalige - Raadskamer WUV van de PUR.


Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 24 december 2009, kenmerk BZ 48603, JZ/D70/2009 (hierna: bestreden besluit). Dit besluit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).


Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2011. Appellant is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel, werkzaam bij de Sociale verzekeringsbank.


II. OVERWEGINGEN


1.1. Appellant, geboren in 1943, is bij besluit van verweerder van 10 oktober 2000 gelijkgesteld met een vervolgde in de zin van artikel 3, tweede lid, van de Wuv. Op grond hiervan is hem met ingang van 1 oktober 2000 een periodieke uitkering toegekend. De grondslag van de uitkering werd berekend naar het inkomen dat appellant verdiende in zijn laatste dienstverband als leraar bij het ROC Amsterdam, te weten f 4.777,85 (€ 2.345,42) bruto per maand.


1.2. Naar aanleiding van een door appellant tegen dit besluit gemaakt bezwaar is de ingangsdatum van de periodieke uitkering bij nader besluit van 7 november 2000 gesteld op 1 oktober 1999, de eerste dag van de maand waarin appellant zijn aanvraag had ingediend. Bij brief van 12 december 2000 heeft appellant aangegeven dat zijn bezwaar daarmee als afgehandeld kon worden beschouwd. De toekenning is dus in rechte onaantastbaar geworden.


1.3. Bij brief van 8 mei 2009 heeft appellant verweerder verzocht de grondslag van zijn uitkering te herzien. Hij stelt hiertoe dat hij, vóórdat hij de tijdelijke dienstbetrekking bij het ROC Amsterdam aanvaardde - waarbij hij was ingeschaald in salarisschaal 10 met salarisnummer 10 - bij het Friesland College te Leeuwarden was aangesteld in de bij zijn opleidingsniveau passende salarisschaal 11 met salarisnummer 11. Indien hij daar was blijven werken had hij op

1 oktober 1999 f 7.580,00 (€ 3.720,10) verdiend.


1.4. Bij besluit van 22 juli 2009, zoals na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit, is het verzoek van appellant afgewezen.


2.1. De Raad overweegt, mede op basis van wat partijen in beroep naar voren hebben gebracht, het volgende.


2.2. Het onder 1.3 genoemde verzoek van appellant tot wijziging van de grondslag strekt ertoe dat verweerder terugkomt van de bij het onder 1.2 genoemde besluit van 7 november 2000 vastgestelde grondslag en is door verweerder terecht aangemerkt als een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 61, tweede lid, van de Wuv. Op grond van die bepaling is verweerder bevoegd, op daartoe door of namens de belanghebbende gedane aanvraag een eerder gegeven besluit in het voordeel van de bij dat besluit betrokkene te herzien. Deze bevoegdheid is discretionair van aard, hetgeen inhoudt dat de Raad de wijze waarop verweerder hiervan gebruik maakt met terughoudendheid dient te toetsen.


2.3. Wat betreft de periode voorafgaande aan de aanvraag van 8 mei 2009 overweegt de Raad het volgende. Appellant heeft gesteld dat het feit dat hij bij het Friesland College hoger was ingeschaald dan bij zijn laatste dienstverband en het feit dat hij al zeker vanaf 1991 (causale) psychische klachten ondervindt, nieuwe feiten en omstandigheden zijn in de zin dat als verweerder hiermee tijdens de eerdere besluitvorming bekend was geweest, dat tot een ander besluit had geleid.


2.4. De Raad volgt appellant hierin niet. Uit de stukken - in het bijzonder het Sociaal Rapport van 3 december 1999 - die ten grondslag hebben gelegen aan het besluit van 7 november 2000 blijkt dat verweerder ermee bekend was dat appellant al sinds zijn jeugd psychische klachten ondervond en dat deze rond 1991 zijn verergerd. Bovendien was verweerder door appellant ook in kennis gesteld van zijn voorlaatste dienstverband bij het Friesland College. Het argument dat hij daar meer verdiende dan in zijn laatste dienstbetrekking had appellant destijds in de bezwaarprocedure naar voren kunnen brengen.


2.5. Het vorenstaande betekent dat naar het oordeel van de Raad geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden op grond waarvan verweerder niet in redelijkheid heeft kunnen weigeren om het oorspronkelijke besluit te herzien wat betreft het tijdvak voorafgaande aan de nieuwe aanvraag. Met betrekking tot de stelling van appellant dat hij ten tijde van de besluitvorming waarvan hij herziening verzoekt psychisch niet in staat was bezwaar te maken merkt de Raad op dat appellant destijds wel degelijk bezwaar heeft gemaakt, maar dit na het nadere besluit van 7 november 2000 bij zijn brief van 12 december 2000 heeft ingetrokken. Niet valt in te zien dat hij, indien hij van mening was geweest dat uitgegaan werd van een foutieve grondslag, niet ook daar destijds bezwaar tegen had kunnen maken.


2.6. Wat betreft de periode na het verzoek om herziening sluit de Raad zich eveneens aan bij verweerder. Ingevolge artikel 8, tweede lid, van de Wuv is - kort gezegd - het inkomen uit het laatstelijk uitgeoefende beroep of bedrijf bepalend voor de grondslag van de uitkering. In het geval van appellant was dit de functie van docent bij het ROC Amsterdam. Blijkens de gedingstukken ging het daarbij om een aanstelling van september 1997 tot 1 februari 1999 en had deze een omvang van 25 uur per week. Appellant is in oktober 1998 uitgevallen voor dit werk vanwege (causale) psychische klachten. Het feit dat de psychotherapeut van appellant hem heeft afgeraden deze aanstelling te aanvaarden, maakt niet dat gezegd kan worden dat de invalidering van appellant, zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, al is opgetreden in 1996, tijdens de zes weken durende periode dat hij twee uur per week werkzaam was als docent op het Friesland College te Leeuwarden. Uit de stukken blijkt bovendien dat het dienstverband van appellant - en 35 andere docenten - bij het Friesland College is beëindigd wegens financiële omstandigheden de instelling betreffende. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om aan te nemen dat de beëindiging van dit dienstverband verband hield met de causale klachten van appellant. Ook overigens is er geen aanleiding voor het oordeel dat, zoals appellant stelt, niet de dienstbetrekking bij het ROC Amsterdam maar die bij het Friesland College als laatstelijk uitgeoefend beroep of bedrijf moet worden aangemerkt.


2.7. Gezien het vorenstaande dient het beroep ongegrond verklaard te worden.


3. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en H.C.P. Venema en R. Kooper als leden, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken 26 mei 2011.


(get.) A. Beuker-Tilstra.


(get.) T.J. van der Torn.


HD