Centrale Raad van Beroep, 06-09-2011 / 10-2050 WWB


ECLI:NL:CRVB:2011:BS8913

Inhoudsindicatie
Bijzondere bijstand voor de kosten van aanschaf van duurzame gebruiksgoederen, in verband met de inrichting van haar nieuwe woning, verleend in de vorm van borgtocht, af te lossen in 36 termijnen. Ingevolge het beleid dat het College volgens het Handboek Verstrekkingen Bijzondere Bijstand, geldig vanaf 1 juni 2007, bij de toepassing van artikel 51 van de WWB voert, wordt bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen verleend in de vorm van een lening of borgtocht. Geen bijzondere omstandigheden.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2011-09-06
Publicatiedatum
2011-09-15
Zaaknummer
10-2050 WWB
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

10/2050 WWB


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),


tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 9 maart 2010, 09/3514 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellante


en


het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen (hierna: College)


Datum uitspraak: 6 september 2011


I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft H.M. de Roo, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.


Het College heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met het onderzoek in het geding met reg.nr. 09/4879 WWB, plaatsgevonden op 26 juli 2011, waar namens appellante is verschenen mr. W.G. Fischer, kantoorgenoot van mr. De Roo en waar het College zich, zoals tevoren bericht, niet heeft doen vertegenwoordigen.


Na de sluiting van het onderzoek ter zitting zijn de gevoegde zaken weer gesplitst. In deze zaak wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.


II. OVERWEGINGEN


1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1. Appellante heeft met ingang van 15 februari 2008 een uitkering ontvangen ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande ouder. Naar aanleiding van haar verhuizing van de [adres 1] te [woonplaats] naar de [adres 2] te [woonplaats] heeft appellante bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van aanschaf van duurzame gebruiksgoederen, in verband met de inrichting van haar nieuwe woning.


1.2. Bij besluit van 11 februari 2009 heeft het College appellante bijzondere bijstand verleend in de vorm van borgtocht tot een bedrag van € 3.706,92 bruto (€ 3.140,-- netto, eventueel verhoogd met rente en incassokosten). Daarbij is bepaald dat de lening moet worden afgelost in 36 termijnen en dat het maandelijkse aflossingsbedrag aan de bank

€ 102,97 bedraagt, waarvan € 47,97 door het College wordt vergoed en € 55,-- voor rekening van appellante komt.


1.3. Bij besluit van 23 juni 2009 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 11 februari 2009 ongegrond verklaard.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 23 juni 2009 ongegrond verklaard.


3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd, voor zover deze betrekking heeft op de vorm van de verleende bijzondere bijstand. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat de bijzondere bijstand ten onrechte in de vorm van borgtocht is verleend en dat deze om niet had moeten worden verleend omdat in haar geval sprake zou zijn van zeer bijzondere omstandigheden als bedoeld in het door het College gevoerde beleid.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1. Ingevolge het beleid dat het College volgens het Handboek Verstrekkingen Bijzondere Bijstand, geldig vanaf 1 juni 2007, bij de toepassing van artikel 51 van de WWB voert, wordt bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen verleend in de vorm van een lening of borgtocht. In zeer uitzonderlijke situaties kan hiervan worden afgeweken en op grond van zeer bijzondere omstandigheden kan bijstand om niet worden verleend. Te denken valt aan situaties waar de belanghebbende in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen een schuldhulpverleningstraject heeft via Sociaal.nl of een andere relevante instelling/instantie, zo blijkt uit dit beleid. Volgens het College is in het geval van appellante van zeer bijzondere omstandigheden als vorenbedoeld geen sprake.


4.2. Gelet op hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd is ook de Raad niet gebleken dat sprake is van zeer bijzondere omstandigheden in de zin van het genoemde beleid. Niet is gebleken dat appellante ten tijde hier van belang schulden had. Nu het College een gedeelte van de maandelijkse aflossingen voor eigen rekening neemt en aldus rekening houdt met de beslagvrije voet, valt ook niet in te zien dat appellante niet in staat zou zijn aan haar aflossingsverplichtingen te voldoen. De Raad sluit zich dan ook aan bij de overwegingen van de rechtbank onder 2.11 van de aangevallen uitspraak.


4.3. Hetgeen appellante overigens in hoger beroep naar voren heeft gebracht heeft de Raad geen aanleiding gegeven tot een andersluidend oordeel te komen. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.


5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van R.L.G. Boot als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 september 2011.


(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.


(get.) R.L.G. Boot.



HD