Centrale Raad van Beroep, 02-12-2011 / 10-3436 WWB-V


ECLI:NL:CRVB:2011:BU6808

Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond. Het verschuldigde griffierecht is niet tijdig betaald. Van feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding appellant niet kan worden verweten, is niet gebleken.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2011-12-02
Publicatiedatum
2011-12-06
Zaaknummer
10-3436 WWB-V
Procedure
Verzet



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

10/3436 WWB-V


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:


[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 2 juni 2010, 09/7689

(hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Delft


Datum uitspraak: 2 december 2011



I. PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 30 november 2010 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.


Tegen de uitspraak van de Raad van 30 november 2010 heeft appellant verzet gedaan.


Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 28 november 2011, waar partijen niet zijn verschenen.



II. OVERWEGINGEN


De uitspraak van de Raad van 30 november 2010 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 22 juli 2010 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.


De uitspraak van de Raad van 30 november 2010 is bij brief van 1 december 2010 in afschrift aan appellant gezonden. Appellant heeft die brief aan de Raad teruggestuurd met daarop de handgeschreven aantekeningen “26/8/10” en “€111”. De Raad heeft dit geschrift aangemerkt als verzetschrift en gaat ervan uit dat appellant heeft willen aanvoeren dat het verschuldigde griffierecht op 26 augustus 2010 is betaald.


De Raad stelt vast dat het verschuldigde griffierecht - inderdaad - op 26 augustus 2010 is bijgeschreven op de rekening van de Raad. De laatste dag waarop het griffierecht tijdig had kunnen worden betaald, is echter 19 augustus 2010.


Van feiten en omstandigheden die leiden tot het oordeel dat deze termijnoverschrijding appellant niet kan worden verweten, is niet gebleken.


Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.


Het bedrag van het te laat betaalde griffierecht (€ 111,-) zal door de griffier van de Raad aan appellant worden terugbetaald.


Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet ziet de Raad geen aanleiding.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Verklaart het verzet ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

2 december 2011.


(get.) T.G.M. Simons.


(get.) D.W.M. Kaldenhoven.


CVG