Centrale Raad van Beroep, 01-02-2012 / 11-2919 WIA


ECLI:NL:CRVB:2012:BV3872

Inhoudsindicatie
Weigering WIA-uitkering. Deugdelijke medische grondslag. De omstandigheid dat in het kader van de WSW een urenbeperking aangewezen wordt geacht brengt geenszins met zich dat ook in het kader van de Wet WIA een urenbeperking noodzakelijk is.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-02-01
Publicatiedatum
2012-02-14
Zaaknummer
11-2919 WIA
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

11/2919 WIA


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 8 april 2011, 10/5426 (aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).


Datum uitspraak: 1 februari 2012



I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. M.J. Klinkert, advocaat, hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Appellant heeft nadere stukken ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Klinkert. Het Uwv was vertegenwoordigd door E.C. van der Meer.


II. OVERWEGINGEN


1. Bij besluit op bezwaar van 12 januari 2009 heeft het Uwv gehandhaafd zijn besluit dat voor appellant per 19 september 2008 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).


2.1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank - voor zover hier van belang - het beroep van appellant tegen het besluit van 12 januari 2009 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.


2.2. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de gronden van beroep niet tot het oordeel leiden dat de medische grondslag van het besluit van 12 januari 2009 ondeugdelijk is. De gronden van beroep hebben de rechtbank wel tot het oordeel gebracht dat de arbeidskundige grondslag van het besluit niet deugdelijk is en dat het besluit daarom dient te worden vernietigd.


2.3. In de omstandigheid dat het Uwv naar het oordeel van de rechtbank in de procedure van beroep alsnog heeft aangetoond dat een deugdelijke arbeidskundige grondslag tot eenzelfde besluit leidt heeft de rechtbank aanleiding gevonden de rechtsgevolgen van het besluit van 12 januari 2009 in stand te laten.


3.1. In hoger beroep heeft appellant zich gekeerd tegen het onderdeel van de beslissing van de rechtbank dat strekt tot het in stand laten van de rechtsgevolgen.


3.2. Appellant heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het besluit van 12 januari 2009 op een deugdelijke medische grondslag berust en dat appellant in staat is de uiteindelijk aan de schatting ten grondslag liggende functies te vervullen. Appellant heeft aangevoerd dat hij niet in staat is fulltime te werken.


3.3. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant gewezen op een verklaring van zijn huisarts van 5 augustus 2011 en op een rapportage opgesteld in het kader van een zogenoemde WSW-herindicatie.


4.1. De Raad overweegt als volgt.


4.2. De door appellant in hoger beroep ingediende gronden zijn in essentie een herhaling van gronden die ook in beroep zijn aangevoerd. De rechtbank heeft die gronden besproken en beoordeeld. De Raad kan zich zowel in de bespreking als in de beoordeling geheel vinden.


4.3. Uit de in hoger beroep ingebrachte verklaring van de huisarts volgt geenszins dat de medische grondslag van het besluit van 12 januari 2009 ondeugdelijk is. Uit deze verklaring volgt niet dat in de verzekeringsgeneeskundige rapportages een onjuist of onvolledig beeld van de gezondheidstoestand van appellant en de daaruit voortvloeiende beperkingen is vermeld. Evenmin blijkt uit deze verklaring dat appellant niet fulltime zou kunnen werken in voor hem geschikte functies.


4.4. Ook uit de rapportage opgesteld in het kader van de WSW-herindicatie volgt niet dat het Uwv ten onrechte geen urenbeperking heeft vastgesteld. De omstandigheid dat in het kader van de WSW een urenbeperking aangewezen wordt geacht brengt geenszins met zich dat ook in het kader van de Wet WIA een urenbeperking noodzakelijk is. Het beoordelingskader van de WSW is een ander dan dat van de Wet WIA. Voor het aannemen van een urenbeperking in het kader van de Wet WIA is het - kort samengevat - noodzakelijk dat de urenbeperking is aangewezen op medische gronden. In de rapportage opgesteld in het kader van de WSW-herindicatie zijn die medische gronden niet vermeld.


5.1. Gelet op hetgeen is overwogen in 4.2 tot en met 4.4 treft het hoger beroep geen doel en dient de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, te worden bevestigd.


5.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.



Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2012.


(get.) J. Brand.


(get.) L. van Eijndthoven.


KR