Centrale Raad van Beroep, 23-02-2012 / 10-4579 AW


ECLI:NL:CRVB:2012:BV6827

Inhoudsindicatie
Vaststelling functiebeschrijving. De bestanddelen die volgens appellant ontbreken in de nieuwe functiebeschrijving geven geen juiste weergave van de regievoerende taken en verantwoordelijkheden van de bijstandsconsulent Jongerenloket. De door het college geschetste verschillen in mate van regievoering vormen voldoende grond voor de verschillen in functiebeschrijving tussen de functie van appellant en die van consulent Werk.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-02-23
Publicatiedatum
2012-02-27
Zaaknummer
10-4579 AW
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

10/4579 AW



Centrale Raad van Beroep



Meervoudige kamer



U I T S P R A A K



op het hoger beroep van:


[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 21 juni 2010, 08/260 en 08/261 (aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


het College van burgemeester en wethouders van Groningen (college)



Datum uitspraak: 23 februari 2012



I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.


Het college heeft nadere stukken ingezonden.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. G.M. Boerma. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.K. Linthout en drs. R.J.W. Geelof.



II. OVERWEGINGEN


1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1. Appellant was werkzaam als bijstandsconsulent bij de gemeente Groningen. Bij besluit van 22 januari 2004 heeft het college een op de functie van bijstandsconsulent betrekking hebbende functiebeschrijving vastgesteld. Bij beslissingen op bezwaar van 8 februari 2005 en 25 april 2005 heeft het college het bezwaar van appellant tegen deze functiebeschrijving ongegrond verklaard en een gewijzigde functiebeschrijving vastgesteld.


1.2. De rechtbank heeft bij uitspraak van 21 december 2006, 05/346, voor zover hier van belang, het beroep van appellant tegen het besluit van 25 april 2005 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Daartoe heeft zij, kort samengevat, overwogen dat het college in de functiebeschrijving ten onrechte geen aandacht heeft besteed aan de door het college opgedragen regievoerende taken die appellant vanaf de start van het Jongerenloket in 2000 met betrekking tot de zogenoemde fase 4 klanten is gaan verrichten. Deze werkzaamheden vormden een wezenlijk onderdeel van de functie van appellant, zodat een inventarisatie en beschrijving van die werkzaamheden niet achterwege had mogen blijven, aldus de rechtbank.


1.3. Bij de ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank van 21 december 2006 genomen beslissing op bezwaar van 27 maart 2008 (bestreden besluit) heeft het college een nieuwe functiebeschrijving “bijstandsconsulent Jongerenloket” vastgesteld.


2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft zij, voorop stellende dat het volgens het Reglement functiewaardering 1999 en de daarop gegeven toelichting gaat om de organieke functie op hoofdlijnen te beschrijven, hetgeen ook geldt voor de regievoerende taken, geoordeeld dat er geen aanleiding bestaat om de thans voorliggende nieuwe functiebeschrijving onjuist te achten.


3.1. Appellant houdt in hoger beroep staande dat ook de nieuwe functiebeschrijving geen juist en volledig beeld geeft van zijn regievoerende werkzaamheden. Daartoe heeft hij aangevoerd dat de rechtbank in haar uitspraak van 21 december 2006 zonder voorbehoud heeft geoordeeld dat de regievoerende taken die behoren tot de functie van de consulenten Werk, structureel worden uitgeoefend door de bijstandsconsulenten Jongerenloket. Het gaat er dan niet om, aldus appellant, dat deze regievoerende werkzaamheden in zijn functiebeschrijving op een andere manier worden beschreven dan bij de consulenten Werk is geschied. Wat in de functiebeschrijving volgens appellant niet tot uitdrukking komt, is dat appellant ook het passende zorgtraject in samenspraak met de klant en de zorgverlener opstelt en vastlegt, de opdracht geeft tot de zorgtrajecten, het toezicht houdt op deze zorgtrajecten, zo nodig kan interveniëren bij de uitvoering van deze trajecten en eventueel noodzakelijke vervolgstappen kan regelen.


3.2. Het college heeft ter zitting gemotiveerd verweer gevoerd en bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.


4. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht, overweegt de Raad het volgende.


4.1. Anders dan appellant leest de Raad in de uitspraak van de rechtbank van 21 december 2006 niet dat deze uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft aangenomen dat de regievoerende taken behorende bij de functie van appellant gelijk waren aan die van de consulenten Werk. Veeleer blijkt uit de conclusie van de rechtbank, inhoudende dat het college een nadere inventarisatie en beschrijving van de hier bedoelde werkzaamheden niet achterwege had mogen laten, dat het hier naar het oordeel van de rechtbank om eigensoortige regiewerkzaamheden ging, die een afzonderlijke inventarisatie en beschrijving behoefden. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat het college in zoverre een onjuiste uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank.


4.2. De taken die te maken hebben met regie worden in de nieuwe functiebeschrijving bijstandsconsulent Jongerenloket als volgt omschreven:

- Stelt in voorkomende gevallen de noodzaak voor zorg en/of hulpverlening met betrekking tot fase 4 klanten vast en motiveert hen om deel te nemen aan een traject dat zal leiden tot het wegnemen van belemmeringen.

- Stelt in voorkomende gevallen de mogelijkheden en belemmeringen van klanten tot de arbeidsmarkt vast. Motiveert klanten om deel te nemen aan een traject dat zal leiden naar de aanvaarding van regulier of gesubsidieerd werk.

- Bewaakt de voortgang van fase 4 klanten die gebruik maken van hulpverlening en zorginstanties en regelt zo nodig vervolgstappen (regie).


4.3. Wat betreft de in 3.1 genoemde bestanddelen die volgens appellant in de nieuwe functiebeschrijving ontbreken, volgt de Raad het college in zijn verweer dat daarmee geen juiste weergave zou worden gegeven van de regievoerende taken en verantwoordelijkheden van de bijstandsconsulent Jongerenloket. Met name wordt daarmee geen recht gedaan aan het beperkte karakter dat de regievoering van appellant heeft. Het college heeft erop gewezen dat het in de functie van appellant gaat om het “in beweging krijgen van” van fase 4 klanten, die naar schatting niet binnen een jaar werk, scholing of re-integratie aan zouden kunnen en die daarom zijn aangewezen op hulpverleningstrajecten waarvan de inhoud door (andere, extreme) hulpverlenende instanties wordt bepaald. Voor de Raad heeft het college voldoende aannemelijk gemaakt dat het hier gaat om hulpverleningstrajecten die als regel niet door de dienst Sociale Zaken en Werk (SOZAWE) worden ingekocht, en dat de bijstandsconsulent Jongerenloket daardoor ook weinig of geen (contractuele) mogelijkheden heeft tot toezicht, interventie of bijstelling bij dergelijke trajecten.

In tegenstelling daarmee hebben de consulenten Werk te maken met jongeren in de fasen 1, 2 en 3, met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt. Het college heeft erop gewezen dat de dienst SOZAWE voor deze doelgroepen wel overeenkomsten sluit met onder meer re-integratiebedrijven en onderwijsinstellingen, waardoor aan de consulenten Werk ruimere mogelijkheden worden geboden voor toezicht, interventie en bijstelling. Er is dan ook bij de consulenten Werk sprake van een sterkere mate van regievoering. De Raad is met het college en de rechtbank van oordeel dat de geschetste verschillen in mate van regievoering voldoende grond vormen voor de verschillen in functiebeschrijving tussen de functie van appellant en die van consulent Werk.


4.4. Uit het vorenoverwogene volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.


5. De Raad acht, tot slot, geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.



Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen als voorzitter en R. Kooper en K.J. Kraan als leden, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2012.



(get.) H.A.A.G. Vermeulen.



(get.) M.R. Schuurman.




HD