Centrale Raad van Beroep, 26-10-2012 / 11-5401 WSFBSF


ECLI:NL:CRVB:2012:BY1344

Inhoudsindicatie
Verzoek om een proceskostenveroordeling. Er is sprake van een volledige tegemoetkoming. Verzoek wordt toegewezen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-10-26
Publicatiedatum
2012-10-29
Zaaknummer
11-5401 WSFBSF
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

11/5401 WSFBSF

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer


Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 26 augustus 2011, 11/326 (aangevallen uitspraak)


Partijen:


[A. te B.] (appellante)


de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)


Datum uitspraak: 26 oktober 2012


PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. M.J.M. Strijbosch, advocaat, hoger beroep ingesteld.


Bij brief van 19 juli 2012 heeft de Minister de Raad bericht dat alsnog aan het bezwaar van appellante wordt tegemoetgekomen.


Bij brief van 27 juli 2012 is namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de Minister te veroordelen in de proceskosten.


De Minister heeft geen verweerschrift ingediend.


Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.


OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.


De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat de Minister volledig tegemoet komt aan het bezwaar van appellante.


De Raad ziet aanleiding om de Minister te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 437,- in bezwaar, € 437,- in beroep en € 437,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.


Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot de Minister wenden.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de Minister in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.311,--, te betalen aan de griffier van de Raad.


Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2012.



(getekend) T. Hoogenboom



(getekend) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen