Centrale Raad van Beroep, 01-11-2012 / 12-1770 AW


ECLI:NL:CRVB:2012:BY2267

Inhoudsindicatie
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Niet verschoonbare termijnoverschrijding.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-11-01
Publicatiedatum
2012-11-06
Zaaknummer
12-1770 AW
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

12/1770 AW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer


Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 14 februari 2012, 11-5047 (aangevallen uitspraak)


Partijen:


[A. te B.] (appellante)


de Minister van Buitenlandse Zaken


Datum uitspraak: 1 november 2012


PROCESVERLOOP


Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is op 14 februari 2012 in afschrift aan partijen toegezonden.


Het beroepschrift is op 28 maart 2012 digitaal verzonden naar de Raad en op deze datum ter griffie ontvangen.


OVERWEGINGEN

Volgens artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.


De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.


Op grond van de bovenvermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, nu de beroepstermijn op 27 maart 2012 afliep.


Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.


Bij schrijven van 9 mei 2012 is aan appellante gevraagd om binnen vier weken de reden van de termijnoverschrijding aan te geven.


Appellante heeft deze termijn ongebruikt voorbij laten gaan.


Bij brief van 9 juni 2012, ontvangen op 18 juni 2012, heeft appellante geantwoord dat de uitspraak pas op 6 maart 2012 aan haar bekend is gemaakt. Haar gemachtigde heeft aangegeven dat de uiterste termijn voor het indienen van het (hoger) beroep 28 maart 2012 was.


Hetgeen appellante ter zake heeft aangevoerd, bevat geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Daarbij wordt opgemerkt dat mededelingen van haar gemachtigde voor rekening van appellante komen.


Het hoger beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna is aangegeven.


Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.


Deze uitspraak is gedaan door J.Th. Wolleswinkel, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2012.


(getekend) J.Th. Wolleswinkel



(getekend) E. Blijleven-de Vries



Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.