Centrale Raad van Beroep, 06-11-2012 / 11-1522 WWB


ECLI:NL:CRVB:2012:BY3158

Inhoudsindicatie
Verlaging bijstand met 100% omdat appellant niet heeft meegewerkt aan onderdelen van zijn re-integratietraject. Het college heeft appellant geen toestemming verleend om met vakantie te gaan. Het verzoek is - integendeel - uitdrukkelijk, mondeling en schriftelijk, afgewezen. Dat appellant wel heeft gemeld dat hij met vakantie ging maakt dat uiteraard niet anders. Uit de mededeling van 2Switch dat er van die zijde geen bezwaar was tegen een vakantie maar dat appellant dat (verder) met de gemeente moest overleggen, heeft appellant geen toestemming van de zijde van het college kunnen afleiden. Appellant heeft daardoor ten onrechte de uit zijn arbeidsovereenkomst met 2Switch voortvloeiende verplichtingen niet vervuld.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-11-06
Publicatiedatum
2012-11-15
Zaaknummer
11-1522 WWB
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

11/1522 WWB

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer


Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 februari 2011, AWB 10/4140 (aangevallen uitspraak)


Partijen:


[A. te B.]


het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen (college)


Datum uitspraak


PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.L.O. van de Waarsenburg, advocaat, hoger beroep ingesteld.


Het college heeft een verweerschrift ingediend.


De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 25 september 2012. Appellant is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.


OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1. Appellant ontvangt sinds 1 oktober 2007 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) naar de norm voor een alleenstaande.


1.2. In het kader van zijn re-integratie naar de arbeidsmarkt heeft appellant op 30 juni 2010 met het re-integratiebedrijf 2Switch en de gemeente Nijmegen een arbeidsgewenningsovereenkomst gesloten, waarbij onder andere is overeengekomen dat appellant vanaf 5 juli 2010 tot 5 oktober 2010 voor 32 uur per week zal werken voor 2Switch met behoud van zijn uitkering.


1.3. Bij besluit van 24 augustus 2010 heeft het college de bijstand van appellant gedurende twee maanden verlaagd met 100% op de grond dat appellant niet heeft meegewerkt aan onderdelen van zijn re-integratietraject.


1.4. Bij besluit van 11 oktober 2010 (bestreden besluit), voor zover in dit geding van belang, heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 24 augustus 2010 ongegrond verklaard onder aanvulling van de grondslag van laatstgenoemd besluit in die zin dat appellant zijn re-integratieverplichtingen zwaarder had moeten laten wegen dan het nemen van vakantie gedurende de periode van 21 juli 2010 tot en met 22 augustus 2010, waarvoor het college bovendien geen toestemming had verleend.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen deze uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat zijn lichamelijke en geestelijke gezondheid veel te wensen overliet en dat hij om die reden niet kon werken. De gemeente Nijmegen is wel geïnformeerd over zijn voornemen om op vakantie te gaan en zijn werkgever 2Switch heeft geen bezwaar gemaakt tegen zijn vakantieplannen.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1. In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of het college terecht aan appellant een maatregel heeft opgelegd op de grond dat appellant, in de periode waarover hij een arbeidsgewenningsovereenkomst was afgesloten, zonder toestemming van het college op vakantie is gegaan. Evenals de rechtbank stelt de Raad bij de verdere beoordeling voorop dat de - niet onderbouwde - medische klachten van appellant waardoor hij stelt niet in staat te zijn geweest om te werken, in deze procedure niet in geding zijn.


4.2. Appellant is van 5 juli 2010 tot en met 13 juli 2010 niet bij 2Switch verschenen. Uit de rapportage van 20 juli 2010 blijkt dat de klantmanager en de re-integratiespecialist op 13 juli 2010 met appellant hebben afgesproken dat hij zich op 14 juli 2010 bij 2Switch zal melden. Tevens hebben zij appellant meegedeeld dat hij geen toestemming krijgt om op vakantie te gaan, aangezien hij eerst zijn arbeidsovereenkomst met 2Switch dient na te komen. Voorafgaand aan de ondertekening van de arbeidsgewenningsovereenkomst is aan appellant gevraagd of hij vakantieplannen had, zodat daarmee rekening kon worden gehouden bij de bepaling van de startdatum van zijn werkzaamheden. Appellant heeft toen meegedeeld geen plannen te hebben. Op 19 juli 2010 heeft appellant zijn klantmanager voor de tweede maal, maar nu telefonisch, verzocht om toestemming om op vakantie te gaan. De klantmanager heeft die toestemming andermaal geweigerd. Vervolgens heeft het college appellant bij brief van 20 juli 2010 bevestigd dat zijn verzoek om vakantie is afgewezen. Daarbij heeft het college onder meer vermeld dat, indien appellant besluit om toch op vakantie te gaan een maatregel zal worden opgelegd in verband met het belemmeren van zijn re-integratietraject. Appellant heeft op 21 juli 2010 door middel van een meldingsformulier laten weten dat hij van 21 juli 2010 tot 18 augustus 2010 met vakantie is.


4.3. Op grond van de onder 4.2 genoemde en door appellant niet bestreden feiten staat vast dat het college appellant geen toestemming heeft verleend om met vakantie te gaan. Het verzoek is - integendeel - uitdrukkelijk, mondeling en schriftelijk, afgewezen. Dat appellant wel heeft gemeld dat hij met vakantie ging maakt dat uiteraard niet anders. Uit de mededeling van 2Switch dat er van die zijde geen bezwaar was tegen een vakantie maar dat appellant dat (verder) met de gemeente moest overleggen, heeft appellant geen toestemming van de zijde van het college kunnen afleiden. Appellant heeft daardoor ten onrechte de uit zijn arbeidsovereenkomst met 2Switch voortvloeiende verplichtingen niet vervuld.


4.4. Uit 4.2 en 4.3 volgt dat de bij 4.1 geformuleerde vraag bevestigend moet worden beantwoord. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.


BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en A.B.J. van der Ham en H.D. Stout als leden, in tegenwoordigheid van J. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 november 2012.


(getekend) C. van Viegen


(getekend) J. de Jong


HD