Centrale Raad van Beroep, 23-11-2012 / 11-2889 WAJONG


ECLI:NL:CRVB:2012:BY4040

Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek terug te komen van eerder genomen besluit, inhoudende weigering Wajong-uitkering. Geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De huidige diagnosen Syndroom van Asperger en het Syndroom van Klinefelter wijzen er nu juist op dat het Uwv destijds appellants functioneringsprobleem goed heeft ingeschat door beperkingen aan te nemen ten aanzien van (psycho-) sociaal functioneren.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-11-23
Publicatiedatum
2012-11-26
Zaaknummer
11-2889 WAJONG
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

11/2889 WAJONG


Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer


Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 7 april 2011, 10/3259 (aangevallen uitspraak)


Partijen:


[Appellant] te [woonplaats] (appellant)


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)


Datum uitspraak: 23 november 2012


PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. J. Heek, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand, hoger beroep ingesteld. Daarbij heeft zij een rapport gevoegd van GZ-psycholoog M. Gottmer van 8 juni 2011.


Het Uwv heeft een verweerschrift en een reactie van bezwaarverzekeringsarts W.C. Hovy van 19 juli 2011 ingediend.


Bij brief van 14 september 2012 heeft appellant een rapport van verzekeringsarts W.M. van der Boog van 4 november 2011 in het geding gebracht.


Bij brief van 1 oktober 2012 is namens het Uwv een rapport in het geding gebracht van bezwaarverzekeringsarts Hovy van 27 september 2012.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 oktober 2012. Appellant is verschenen vergezeld door mw. [A.] en bijgestaan door mr. Heek. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.J.G. Lindeman.


OVERWEGINGEN


1.1. Bij besluit van 21 april 2004 heeft het Uwv geweigerd aan appellant met ingang van 1 oktober 2002 een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) toe te kennen. Tegen dit besluit heeft appellant geen rechtsmiddel aangewend.


1.2. Op 13 januari 2010 heeft appellant het Uwv verzocht terug te komen van het besluit van 21 april 2004 en alsnog aan hem een Wajong-uitkering toe te kennen. Bij besluit van 26 maart 2010 heeft het Uwv dit verzoek afgewezen omdat niet gebleken is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die ertoe leiden dat de beslissing van 21 april 2004 onjuist zou zijn. Het Uwv heeft het hiertegen gemaakte bezwaar van appellant voorgelegd aan de bezwaarverzekeringsarts en heeft vervolgens bij beslissing op bezwaar van 23 augustus 2010 (bestreden besluit) het besluit van 26 maart 2010 gehandhaafd.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij het standpunt van het Uwv dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden onderschreven.


3. In hoger beroep handhaaft appellant zijn standpunt dat de inmiddels vastgestelde diagnosen van Syndroom van Klinefelter en Autistisch Spectrum Stoornis (A.S.S.)/Syndroom van Asperger en de daarbij behorende beperkingen zijn aan te merken als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft appellant gewezen op de onder het procesverloop vermelde rapporten van GZ-psycholoog Gottmer en verzekeringsarts Van der Boog.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1. Het verzoek van appellant van 13 januari 2010 strekt ertoe dat het Uwv terugkomt van het in overweging 1.1 omschreven besluit dat inmiddels in rechte onaantastbaar is geworden.


4.2. Ingevolge vaste jurisprudentie van deze Raad is een bestuursorgaan in het algemeen bevoegd om, na een eerdere afwijzing, een herhaalde aanvraag inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Het bepaalde in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat daaraan niet in de weg. Indien het bestuursorgaan met gebruikmaking van deze bevoegdheid de eerdere afwijzing handhaaft, kan dit echter niet de weg openen naar een toetsing als betrof het een oorspronkelijk besluit. Een dergelijke wijze van toetsen zou zich niet verdragen met de dwingendrechtelijk voorgeschreven termijn(en) voor het instellen van rechtsmiddelen in het bestuursrecht. Gelet hierop dient de bestuursrechter in zodanig geval uit te gaan van de oorspronkelijke afwijzing en zich in beginsel te beperken tot het antwoord op de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en, zo ja, of het bestuursorgaan daarin aanleiding had behoren te vinden om het oorspronkelijke besluit te herzien.


4.3. De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank over het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat inhoudt dat hetgeen appellant ter onderbouwing van zijn verzoek van 13 januari 2010 naar voren heeft gebracht geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden inhouden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. In de eerste plaats overweegt de Raad dat appellant, naar uit de beschikbare gegevens naar voren komt, destijds is uitgevallen in verband met concentratiestoornissen, communicatiestoornissen, chaotisch zijn, somberheid en het niet onder druk kunnen werken. Blijkens de Functionele Mogelijkheden Lijst van 30 maart 2004, welke ten grondslag ligt aan de weigering van de Wajong-uitkering, zijn in verband hiermee beperkingen in aanmerking genomen ter zake van persoonlijk en sociaal functioneren.


4.4. De ter verklaring van opgetreden klachten nadien opgevoerde andere diagnosen zijn in een geval als het onderhavige niet toereikend om te kunnen gelden als relevante nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb. Bij de vraag naar de aanwezigheid en mate van arbeidsongeschiktheid in de zin van de Wajong gaat het immers niet zozeer om de gestelde diagnose, als wel om de in aanmerking genomen beperkingen. Daarbij geldt dat aan een andere diagnose ter verklaring van de klachten niet zonder meer kan worden ontleend dat er meer of andere beperkingen in aanmerking hadden dienen te worden genomen.


4.5. Ook in dit geval, waarin het Syndroom van Klinefelter en A.S.S./Syndroom van Asperger een nadere verklaring geeft voor de klachten waarmee appellant destijds is uitgevallen, is niet kunnen blijken dat appellant ten tijde hier van belang meer of andere beperkingen had dan de beperkingen die in verband met de klachten reeds in aanmerking waren genomen. De Raad is met bezwaarverzekeringsarts Hovy van oordeel dat ook de in hoger beroep overgelegde medische informatie, welke niet anders kan worden beschouwd dan als te dienen ter aanvulling en nadere onderbouwing van de door appellant bij zijn verzoek reeds ingenomen stelling dat er sprake is van de (waarschijnlijkheids)diagnose A.S.S./Asperger, geen nieuw licht werpt op de belastbaarheid van appellant op het tijdstip in geding. De Raad onderschrijft het standpunt van Hovy dat de huidige diagnosen Syndroom van Asperger en het Syndroom van Klinefelter er nu juist op wijzen dat het Uwv destijds appellants functioneringsprobleem goed heeft ingeschat door beperkingen aan te nemen ten aanzien van (psycho-) sociaal functioneren.


4.6. Bij het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden in de zin van artikel 4:6 van de Awb was ook naar het oordeel van de Raad het Uwv bevoegd het verzoek van appellant af te wijzen met toepassing van het tweede lid van dit artikel. Er bestaat geen aanknopingspunt voor het oordeel dat het Uwv van die bevoegdheid niet in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.


4.7. Uit het overwogene onder 4.1 tot en met 4.6 volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.


5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.


BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 november 2012.


(getekend) C.W.J. Schoor


(getekend) Z. Karekezi


KR