Centrale Raad van Beroep, 22-11-2012 / 10-4174 AOR


ECLI:NL:CRVB:2012:BY4145

Inhoudsindicatie
Afwijzing AOR-uitkering. De longklachten kunnen volgens de arts in geen geval gerelateerd worden aan de oorlogsomstandigheden. De bezwaarverzekeringsarts heeft geconcludeerd dat de gevoeligheid van betrokkene voor ontwikkeling van de longaandoeningen werd bepaald door genetische aanleg en constitutionele factoren. Er zijn geen medische gegevens die aan de genoemde conclusies en bevindingen van de twee door verweerder ingeschakelde medisch adviseurs doen twijfelen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-11-22
Publicatiedatum
2012-11-26
Zaaknummer
10-4174 AOR
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

10/4174 AOR

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer


Uitspraak in het geding tussen


Partijen:


[A. te B.] (appellant)


de Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling (verweerder)


Datum uitspraak: 22 november 2012


PROCESVERLOOP

[C.] (verder: betrokkene) heeft beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 16 juli 2010, kenmerk 0004645/CAOR. Dit betreft de toepassing van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR).


Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.


Betrokkene is op [overlijdensdatum] overleden. Het geding is voortgezet door appellanten.


Het beroep is behandeld ter zitting van 11 oktober 2011, waar namens appellanten zijn verschenen [D.] en [E.], echtgenote en dochter van betrokkene. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.G. Belleflamme en mr. R.L.M.J. Gielen.


OVERWEGINGEN

1. In maart 2008 heeft betrokkene bij verweerder een aanvraag ingediend voor een uitkering en voorzieningen op grond van de AOR. Bij besluit van 28 januari 2010 heeft verweerder hierop afwijzend beslist. Overwogen is dat er geen causaal verband is tussen de longklachten van appellant en zijn oorlogservaringen in het voormalige Nederlands-Indië.


2. Betrokkene leed aan chronische bronchitis. Hij heeft naar voren gebracht dat de eerste bronchitis-aanval tijdens de oorlog plaatsvond en dat hij die aanvallen altijd heeft gehad sinds die tijd, met een gemiddelde van eens per jaar en de laatste jaren twee keer per jaar. Hij was niet onder behandeling van een longarts en gebruikte geen medicijnen voor zijn longklachten. De geneeskundig adviseur van verweerder, de arts R.J. Roelofs, heeft geconcludeerd dat deze chronische bronchitis een duidelijk atopische component heeft. Ook de kinderen en kleinkinderen van betrokkene hebben een allergische constitutie, met astmatische klachten, zodat ook sprake is van een erfelijke component. De longklachten kunnen volgens deze arts in geen geval gerelateerd worden aan de oorlogsomstandigheden. Er zijn duidelijk andere oorzaken. In bezwaar heeft de arts A.S.E.P. Textor nader geadviseerd. Ook deze arts heeft geconcludeerd dat de gevoeligheid van betrokkene voor ontwikkeling van de longaandoeningen werd bepaald door genetische aanleg en constitutionele factoren.


3. Er zijn geen medische gegevens die aan de onder 2 genoemde conclusies en bevindingen van de twee door verweerder ingeschakelde medisch adviseurs doen twijfelen. Dit betekent dat het bestreden besluit in rechte stand houdt en het beroep ongegrond moet worden verklaard.


4. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.


Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en R. Kooper en G.L.M.J. Stevens als leden, in tegenwoordigheid van S.K. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 november 2012.


(getekend) A. Beuker-Tilstra



(getekend) S.K. Dekker